Interview Esther Schoonhoven

Als ik aankom zit Esther al op mij te wachten, keurig op tijd. We nemen plaats aan een grote tafel, voor mij zit een vrouw die duidelijk weet wat ze wil. Na haar middelbare school is ze gaan studeren aan de HTS bouwkunde om daarna door te stromen naar de Academie van Bouwkunst. Na haar opleiding is ze aan de slag gegaan als architect maar rond 2008 begon het te kriebelen. In de avond uren begon ze aan de opleiding tekenen en grafiek aan de Willem de Kooning. Voor haar een perfecte balans tussen architectuur projecten en zelf vrij werk maken. Sindsdien is haar tijd verdeeld in geld verdienen en kunstenaar zijn. Een combinatie waar ik graag meer over wil weten.

R: Wat heeft je doen besluiten om toch nog een opleiding aan de academie te doen?
E: Waarom ik onder andere de academie ben gaan doen is omdat projecten waar ik vaak in werk binnen de architectuur veelal 2 tot 3 jaar duren. Dus je leercurve duurt twee jaar en het programma van eisen wordt opgelegd van buiten af door de opdrachtgever. Dan heb je nog met uitvoerende partijen te maken en je werkgever op het bureau waarvoor je werkt. Er is dus heel veel input van buitenaf waar je creatief mee moet om gaan. Dat maakt het werk ook heel leuk en uitdagend maar ik merkte wel dat ik van experimenteren en onderzoeken hou. Dat is iets wat je in de bouwwereld niet altijd kan doen. Muren moeten vaak recht zijn en mensen die willen experimenteren kom je niet zo gauw tegen in die wereld.

Het beïnvloed elkaar nu ook wel. Ik heb een goeie opleiding gehad op de Willem de Kooning. Is wel altijd een beetje afhankelijk van de docenten die je krijgt. We hadden een grafische werkplaats tot onze beschikking waar continue twee docenten rondliepen. Die stimuleerden ook echt het experiment. Grafiek kan heel oudbollig zijn maar de docenten lieten je vrij. Als je de principes kende dan mocht je best wel eens de pers onderste boven draaien. Als je maar wist wat je deed en als iemand anders daarna ook nog gewoon kon werken.

R: Hoe ziet jou dagelijkse dag er een beetje uit als je je werk combineert met je vrije werk?
E: Ik ben sinds kort zelfstandig en daarmee wordt mijn ritme ook heel erg bepaald. Al hoop ik wel dat daar straks wat meer regelmaat in komt. Over het algemeen ben ik overdag met mijn opdrachten bezig en in het weekend en ‘s avonds ben ik met eigen dingen maken bezig. Dat is wat onregelmatiger.

R: Het werk wat je nu hebt hangen wil je daar ook een specifiek verhaal mee vertellen?
E: Er zit wel een verhaal achter het werk wat ik maak maar het is niet zo dat ik dat verhaal ook aan de kijker wil overdragen. Wat ik fijn vind aan kunst is dat ik er zelf een relatie mee kan aangaan. Als ik werk zie en denk ‘wauw!’ Dat moment, een klik met een beeld, dat is volgens mij heel belangrijk voor kunst. Dan ga je er een eigen relatie mee aan en als ik daar als maker doorheen ga met mijn eigen bedoelingen dan verbreek je de eerste verbinding die iemand met zo’n werk aan gaat. Voor mij hoeft dat niet, vertellen wat ik bijvoorbeeld vervelend vind aan de maatschappij en dat aan anderen laten zien doormiddel van mijn werk. Mijn werk maak ik wel altijd vanuit een persoonlijke ervaring of beleving maar dat hoeft degene die het werk mooi of lelijk vindt niet overgedragen te krijgen. Doormiddel van mijn werken kan ik bepaalde indrukken of ervaringen een plek geven en zo meer ruimte in mijn hoofd creëren en nieuwe indrukken kan verwerken.

Een ander werk wat hier hangt heb ik gemaakt met thinner druk. Dus ik heb veel kranten verzameld en daarmee eigenlijk ook al het leed wat zich afspeelt in de wereld. Als je dat op deze manier herdrukt komt het in spiegelbeeld. Maar daarmee leg je ook de vluchtigheid van de krant vast. Kranten gooi je weg en de kranten koppen zullen binnen mijn werk langer blijven bestaan. Maar het is wel minder makkelijk te lezen en te herkennen. Het beeld wat ik er nog over heen heb gedrukt is een verwerkte reactie op al dat leed.

Voor een ander werk heb ik mij een jaar lang gefocust op opruimen. Hoe het kan dat iedereen en alles heel graag wil dat we opruimen maar ze willen ook dat we heel veel dingen kopen. Hoe complex zit die relatie in elkaar. Waar laten we onze rotzooi dan, verdwijnt het ook echt? Dat heb ik eigenlijk in mijn tekeningen zichtbaar gemaakt. Het is niet zo zeer kritiek maar meer een vraag, waar staan we nu eigenlijk? Het is meer onderzoekend werk en juist niet belerend bedoeld.

R: Voor jou is het belangrijk om een kunstwerk echt tot je te laten spreken, wat is voor jou dan de ideale manier om naar kunst te kijken?
E: Ik denk dat je je moet laten verassen en ook de wil moet hebben om je te laten verassen. Open staan voor wat je ziet en vragen blijven stellen. Je kan er blij van worden of juist denken ‘ja zo kan je ook tegen de wereld aan kijken’. Ik denk dat ik persoonlijk bij kunst ook minder vaak bevestigd wil worden in mijn denkbeelden. Ik wil veel liever zien dat de wereld niet vaststaand is en dat mijn overtuigingen echt niet de enige zijn. Ik vind veelzijdigheid heel belangrijk.

R: Jij hebt een redelijk specifieke werkmethode die je niet zomaar overal kan doen, waar druk jij op dit moment?
E: Ik werk in atelier Minnigh. Joost Minnigh is een Rotterdamse graficus, toen hij overleden is heeft zijn vrouw veel van zijn werken verkocht behalve de machines. Die zijn naar een stichting gegaan en met 4 of 5  mensen huren we samen zijn oude atelier. Wij gebruiken dus die machines waar hij mee heeft gewerkt, dat is wel heel mooi. We werken wel vaak langs elkaar heen, iedereen komt natuurlijk op andere tijdstippen maar we werken ook wel eens samen en we leren ook weer van elkaar. De eerste dinsdag avond van de maand proberen we wel met zijn allen bij elkaar te komen maar niemand is verplicht haha. Er zijn niet zo heel veel grafische werkplaats mogelijkheden hier in Rotterdam dus we proberen het wel kleinschalig te houden om het zo voor iedereen fijn werkbaar te houden.

Er is ook niet zo veel vraag meer naar, bijvoorbeeld op de WDKA is het hele onderwijs systeem verandert. Je moet eerst een concept bedenken en dan ga je opzoek naar technieken in de werkplaatsen. Teken lessen worden ook niet meer gegeven op de academie sinds 2 jaar en de officiële grafiek richting is ook gestopt. Maar tijdens mijn studie zag ik meer en meer mensen verzot raken op zeefdrukken omdat dat minder perfect is als een printer. De docent die ik daar gehad heb die probeert ook nog steeds wel mensen enthousiast te maken voor de oudere druk technieken. Ik denk alleen dat deze manier van werken nooit helemaal zal verdwijnen anders had het dat al gedaan. Het heeft toch waarde. Misschien veranderd het of wordt het minder maar de kern blijft wel denk ik.

R: Waarom heb jij zo duidelijk gekozen voor een haast ambachtelijke manier van werken die redelijk op de achtergrond is verdwenen?
E: We kunnen niet alles digitaal maken en juist het werken met je handen, daar heb ik behoefte aan. Het heeft naar mijn idee ook een andere leercurve, je bent daadwerkelijk met je handen bezig dus je oog hand coördinatie werkt anders dan de snelle commando’s en klikjes op je computer. Je faalt op een andere manier en dat is tof.  Je ontdekt andere dingen daardoor. Waarom ik dat zo leuk vond op de academie, dat klooien, dat je fout misschien helemaal niet zo fout was maar dat het juist het effect gaf waarnaar je opzoek was. Dan moet je wel ontdekken wat je fout deed om het te kunnen reproduceren. Dat is met de computer natuurlijk op een heel andere manier, daar is het streven naar perfectie een belangrijker iets. Ik streef nooit naar perfectie, ik snap niet wat perfectie is. Ik geloof ook wel dat mensen als ze naar een werk kijken dat ze dat ergens zien, voelen of ervaren. Dat je er anders naar kijkt dan een poster die perfect geprint is want dat kan je misschien wel snel de klik maken naar reclame achtige dingen. Als je ziet dat iets met de hand gemaakt is, dat werkt anders maar ik heb er natuurlijk geen onderzoek naar gedaan.

R: Wat is het grootste verschil wat je in jou eigen leven hebt gemerkt sinds je de opleiding hebt afgerond?
E: Ik denk dat je door fases heen gaat. In de architectenwereld ga je van project naar project en juist door het rommelen met materialen en het ontdekken wordt ik ontvankelijker. Mijn hoofd wordt rijker, ikzelf wordt ervaringen rijker, kundiger en daardoor heb je meer plezier en zie je meer mogelijkheden. De wereld blijft minder aan je kleven, het is bijna meditatie maar dan aardser.

R: Om het gesprek af te sluiten de laatste vraag, waar ben jij het meest dankbaar voor?
E: Ik ben het meest dankbaar voor het feit dat je je als mensen altijd kan blijven ontwikkelen. Ja dat is het, kort en helder haha.

En daarmee sluiten we het interview af. Ik heb zo’n vermoeden dat deze vrouw nog lang niet uit ontwikkeld is en dat we nog veel van haar gaan horen.

Deel bericht:
Robin Hendriks

Robin Hendriks

Founder at R / H
Robin Hendriks (1994) is in 2016 afgestudeerd aan de Willem de Kooning. Ze werkt als freelance schrijver, ontwerper, maker en is daarnaast elke zondag te vinden in het dierenasiel. Haar werk gaat bijna altijd over de mens en perceptie. Voor WOW schrijft ze over kunst en de mens.
Robin Hendriks

Latest posts by Robin Hendriks (see all)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Robin Hendriks

Robin Hendriks (1994) is in 2016 afgestudeerd aan de Willem de Kooning. Ze werkt als freelance schrijver, ontwerper, maker en is daarnaast elke zondag te vinden in het dierenasiel. Haar werk gaat bijna altijd over de mens en perceptie. Voor WOW schrijft ze over kunst en de mens.

Deze al gelezen?

Top