“Marktplaats Oude Westen”

Zorgvrijstaat in actie: met sandwichborden de straat op en vragen stellen

“Marktplaats Oude Westen”

Een marktplaats is een plek waar vraag en aanbod elkaar vinden. En ik weet inmiddels dat er in de wijk veel vraag en aanbod aanwezig is. Maar hoe weet je welke vragen er zijn als mensen die vragen niet zomaar stellen (omdat ze zich er misschien voor schamen, omdat ze niet weten hoe ze de vraag het best kunnen stellen of omdat ze niet weten aan wie ze de vraag kunnen stellen )? En hoe weet je wat mensen een ander te bieden hebben?

De laatste tijd popt een oude gedachte van me (toen ik kind was…) weer vaker op: “Wat als scheetjes blauw waren?” Wat zouden we dan doen? Als we iets kunnen zien van elkaar wat normaal gesproken niet te zien is? Zouden we ons dan anders gedragen? Zouden we ons schamen of zou schaamte dan juist niet meer bestaan? En ken je die ‘gedachtenballonnetjes’ uit stripboeken of tekenfilms? Waarop je als lezer of kijker ziet wat de ander denkt? Dat lijkt me nou op sommige momenten best prettig om te weten want dan weet ik misschien sneller bij wie ik mijn vraag kwijt kan, of wie ik mijn hulp kan bieden.

We hebben een paar keer oproepen gedaan op de Facebookpagina van Zorgvrijstaat. Vragen van mensen uit de wijk die hulp, spullen, faciliteiten of iets anders nodig hadden. De ene keer ging het om een kinderwagen voor een gezin dat geen geld had om er één te kunnen kopen (en voor we het wisten werden er zes aangeboden uit de wijk zelf!), een volgende keer over wandelschoenen voor iemand die het nodig had voor de rust in zijn hoofd. Vandaag hadden we weer zo’n vraag: Een moeder in de wijk zocht een goed bed voor één van haar kinderen, omdat die een bed moest delen met een broertje of zusje, maar ze heeft geen geld voor een nieuw bed. Ik dacht ‘niet geschoten altijd mis’, dus ik deed op onze Facebookpagina opnieuw weer eens zo’n oproep. Binnen een mum van tijd hadden we drie bedden tot onze beschikking! Als alles goed gaat, gaan de mensen van Stichting Pluspunt voor een kleine vergoeding morgen het bed in Bospolder ophalen en afleveren in Middelland. Maar misschien nog mooier is dat we nu zelfs twee bedden ‘over’ hebben! En in ieder geval één ervan mogen we aanbieden aan iemand in de wijk die het goed kan gebruiken. Onze vraag heeft dus direct geleid tot een nieuw aanbod voor de wijk.

Er zijn gelukkig heel veel van dit soort websites en Facebookpagina’s, waar mensen, zonder dat er per se geld tegenover hoeft te staan, spullen die ze niet meer nodig hebben willen ruilen met of aanbieden aan anderen. Zoals wij gekscherend (maar serieus bedoelend) ook wel eens zeggen tegen elkaar: “We leven in tijden van overschot, van spullen en faciliteiten, maar ook van kennis, netwerk en zelfs tijd.” We hebben met elkaar meer dan dat we (eigenlijk) nodig hebben. Dat geldt helaas niet voor iedereen, maar als we alles op één hoop gooien, dan komen we misschien best ver? De vraag blijft alleen: hoe vinden vraag en aanbod van al die dingen hun weg in de wijk?

We weten inmiddels (uit allerlei onderzoeken) dat mensen het heel lastig vinden om vragen te stellen. We weten óók dat mensen graag een ander willen helpen. Waarom? Heel simpel: dat geeft ons een goed gevoel en zo zitten we als mensen nu eenmaal in elkaar. Dat betekent dus, dat als je jouw vraag niet stelt (om wat voor reden dan ook), je eigenlijk de ander de kans ontneemt om iets voor je te kunnen betekenen. Dus dat is een eerste reden om toch maar met de ‘billen bloot’ te gaan en je vragen te gaan stellen aan mensen om je heen.

Terugkomend op die ‘blauwe scheetjes’ en de ‘gedachtenballonnetjes’: mijn Achterhoekse achtergrond remt mij heel hard in het alles willen weten van anderen. Dat lijkt me, nu ik volwassen ben, toch niet zo’n goed idee. Ik hoef namelijk echt niet alles van je te weten. Maar nog niet zo lang geleden zat ik in een werksessie waar mensen op stickers konden schrijven wat zij allemaal nog meer zijn, naast hun rol in hun werk: vrouw, man, moeder, vader, oppas-opa, mantelzorger, hondenbezitter, gamer, brouwer, wandelaar, en ga zo maar door. En die stickers die plakte je dan zichtbaar op je kleding. Ik vond dat een verademing: eindelijk zag ik wat mensen allemaal nog méér zijn dan wat ik van ze kende. En ik kon heel gericht mijn vragen stellen.

Mijn manier om voor nu invulling te geven aan zichtbaar maken wat ik voor je kan betekenen, is dat ik onder mijn emails of brieven (of blogs…) niet alleen mijn naam zet, maar ook meld waar ik bij betrokken ben. Waarmee ik dus eigenlijk tegen mensen ‘zeg’: “maak er gebruik van.” En ik zie dat steeds meer mensen zich op die manier ‘zichtbaar’ maken voor anderen. Dus wie neemt het stokje van me over en laat zien wat hij of zij te vragen of bieden heeft?

 

Yvette Prinsen

 “Yvette is geboren en getogen in een klein dorp in de Achterhoek maar sinds 2006 officieel ‘Rotterdammer’. In 2010 ging ze werken in de wijken in Rotterdam-West en vanaf dat moment krijg je haar daar ook niet meer uit.

projectleider Zorgvrijstaat (uit-de-hand-gelopen-bewonersinitiatief)

kwartiermaker Huize Middelland (netwerk van buurthuiskamers in Middelland)

(vrijwillig) bestuurslid TAA Rotterdam (Rotterdamse vrouwenvereniging)

(vrijwillig) adviseur Betsy Perk Opleidingsfonds (voor Rotterdamse vrouwen) 

Bloemhofkinderen/ schoollunches

Kok Ralph en souschef Jamilla
Kok Ralph en souschef Jamilla

Er gaan steeds meer stemmen op voor gezonde, warme lunches op basisscholen in heel Rotterdam. Ook Zorgvrijstaat ziet in warme schoollunches met name een kans voor kinderen uit gezinnen die grote moeite hebben om een dagelijkse voedzame maaltijd op tafel te zetten. Wij hebben met OBS Babylon in het Oude Westen afspraken gemaakt om dit schooljaar, gedurende een maand, warme schoollunches te serveren. Khalida is als actieve moeder, -ik schreef over haar in een eerder bericht- direct bij de school betrokken. Zij wees ons op steeds terugkerende situaties waarin kinderen zonder ontbijt op school komen, of geen lunch meebrengen.

Om dit pilot zo goed mogelijk te realiseren, en ook als vertrekpunt voor anderen, ben ik op zoek naar zoveel mogelijk antwoorden op mijn vragen: wat is er allemaal nodig binnen dit project? Waarop zou het kunnen stranden? Hoe valt dit te financieren? Wat zijn de effecten? Voor een voorbeeld van goed functionerende en ingebedde warme schoollunches, mocht ik op werkbezoek bij Vakmanstadschool Bloemhof in Rotterdam-Feijenoord, waar kok Ralph van Meijgaard met souschef Jamilla al 9 jaar lang, in een team van hulpmoeders, stagiaires en “fruitmoeders” bakken, hakken, snijden en koken voor grofweg 350 leerlingen per dag.

Na een zoektocht door de straten Feijenoord (Bloemhof heeft 2 locaties, waarvan 1 met keuken) vind ik Ralph bij locatie Putsebocht. Hij brengt me naar een lokaal op de begane grond waar enorme bedrijvigheid heerst. Dit voormalige handenarbeidlokaal is verbouwd tot een professionele keuken met moderne apparatuur. Moeders in schorten lopen af en aan, er wordt in grote pannen geroerd, het is er warm en het ruikt er heerlijk.

Ik kijk er mijn ogen uit; “zou er in het Oude Westen ook een keuken zijn die dit kan faciliteren”?

Het is 12.00u. Tijd voor de eerste shift, en dat betekent dat naast tafeldekken ook de bakfiets volgeladen wordt voor locatie Oleanderstraat. Het eten gaat in warmhouders naar enkele straten verderop. Dat ziet er best laagdrempelig uit. Geen gedoe met busjes. Tussen shift 1 en shift 2 om 12.30 is het een heksenketel: opruimen, afwassen, tafeldekken, opscheppen en serveren. Dit alles wordt door de moeders gedaan.

Ralph neemt me mee naar de verwarmde kas, grenzend aan het hoofdgebouw en neemt uitgebreid de tijd om mij te vertellen hoe rauw voedsel uiteindelijk op de borden van de scholieren belandt.

Om te beginnen gaan koks Ralph en Nils beurtelings tweemaal per week naar de markt op het Afrikaanderplein om ‘in te slaan’. Zij keren terug op hun bakfiets waar groenten, vlees en fruit worden gekoeld of klaargelegd voor de komende week. Alle leerlingen krijgen alle dagen- behalve de woensdagen-, een warme maaltijd, met standaard een toetje van vers fruit. Op het menu staat om de dag een vegetarische maaltijdsoep met zelfgebakken brood en salade en de andere dagen rijst, pasta, aardappelen of couscous met groenten en vis, vlees of kip. En dat laatste een keer per week, omdat men ook hier aandacht schenkt aan meer groenten en minder vlees.

Even voor de duidelijkheid: Vakmanstadschool Bloemhof in het stadsdeel Feijenoord, is geen ‘normale’ school. Het is de eerste basisschool die in 2009 de plannen van filosoof en onderwijsvernieuwer Henk Oosterling rondom een geïntegreerde aanpak van leerlingen in een achterstandswijk oppakte, en in praktijk bracht. Naast rekenen en taal worden de kinderen ook onderwezen in judo, yoga en aikido, filosofie, techniek, koken en tuinieren. In deze extra lessen vergroten de kinderen hun sociale, fysieke en mentale skills en krachten. De schoolmaaltijden vallen onder de kooklijn, naast de judolijn, de ecolijn en de filosofielijn. Bloemhof heeft ook een moestuin, waar getuinierd wordt. De groenten en kruiden die verbouwd worden verdwijnen direct in de pan, al is de opbrengst niet genoeg voor alle maaltijden gedurende het schooljaar.

Tijdens ons gesprek komt Jamilla binnen met twee dampende borden. Jamilla is souschef en betaalde kracht. Zij is het die de hulpmoeders aanstuurt. De rol van de hulpmoeders is onontbeerlijk. Vandaar dat deze vrouwen per dagdeel een vrijwilligersvergoeding van €5,- ontvangen. Een plekje binnen dit team is gewild, (er zijn veel moeders die op deze manier willen bijdragen) en om die reden verandert de samenstelling van het team regelmatig

Op onze borden liggen geroosterde aardappelen, kipfilet, prinsessenboontjes met wortel en radijsjes en een kommetje met fruit. Het gaat erin als koek, maar ik ben erg benieuwd wat de kinderen ervan vinden, zijn zij nu als vanzelfsprekend grootverbruikers van groenten? In contrast met al die kinderen en volwassenen zoveel minder groente en fruit eten, volgens het voedingscentrum?

Een kleine rondgang door het eetlokaal, leert dat ook Bloemhofkinderen vaak de groenten onaangeroerd laten liggen, tot grote frustratie van Ralph. Maar de kinderen zijn wel rustig aan het eten. Op mijn vraag of zij niet slaperig worden van de lunch, antwoordt een jongen met een zwarte bril ontkennend. “Nee, juist niet. Ik kan me juist heel goed concentreren. En van dit eten word ik niet druk, want er zit geen suiker in”.

Aan het eind van mijn werkbezoek noemt Ralph de voordelen van warme schoollunches die hij ervaart. Behalve de voedingsstoffen en vitamines die de kinderen binnenkrijgen leren zij over de herkomst van voedsel, maar ook snijtechnieken, hygiënisch werken, goed gedrag en aankleding van de tafels. Door te proeven overwinnen zij hun angst voor het onbekende. Welke positieve resultaten de schoolmaaltijden hebben op gezond gewicht van de kinderen is moeilijk te meten. Sommige kinderen blijven, met name, buiten de schooltijden om, ongezond en veel eten.

http://Zorgvrijstaat https://www.facebook.com/zorgvrijstaat

Achterhoeker in de Zorgvrijstaat (door Yvette Prinsen)

Zorgvrijstaat
Zorgvrijstaat in actie

Achterhoek en de Zorgvrijstaat?  Sinds vorig jaar weet ik dat ik een Achterhoekse etniciteit heb. Jawel: ‘etniciteit’. Nooit gedacht dat ik daar ook over beschikte (zo kortzichtig was ik dus…). Maar het is eigenlijk heel logisch: ik ben er geboren en getogen, heb er mijn normen en waarden meegekregen en neem dus in alles wat ik doe altijd een beetje ‘Achterhoeks’ mee. Zo zijn Achterhoekers, zoals ik het zelf ervaar, van nature geen praters. Wél prietpraat, lekker oppervlakkig en zo, maar je gaat zeker niet ‘je vuile was buitenhangen’, het hebben over ‘allerlei zweverige zaken’ of ‘egoïstisch’ uitgebreid over jezelf zitten praten. Kortom: praten over jezelf is niet zo de bedoeling en het met elkaar bespreken van ‘ingewikkelde’ onderwerpen al helemaal niet, ‘want stel je voor dat de ander daarvan weet’ (…).

Achterhoekers zijn in de ogen van anderen ook erg ‘nuchter’ (‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg!’) en ‘gezagsgetrouw’. Dat eerste herken ik direct bij mezelf. Dat tweede ligt wat genuanceerder: ja, ik zit tjokvol met normen en waarden waarvan ik niet wist dat ze zo sturend waren, en nee, ik hecht eigenlijk erg weinig aan écht gezag en autoriteit. Net zo min als aan ‘status’. Althans, dat is wat ik dacht. Tot ik in 2013 werkeloos raakte. Ik was na drie jaarcontracten net die ‘ene fte te veel’. Rationeel bekeken was er weinig schuld aan van mijn kant; zo ongeveer iedereen verloor toen z’n baan of werk als gevolg van de crisis. Toch voelde het lange tijd alsof ik echt iets ongelooflijks fout had gedaan. Ik durfde er niet voor uit te komen dat ik in de WW zat en draaide er alsmaar omheen. Dat werd versterkt op momenten dat andere mensen spraken over ‘die uitkeringtrekkers’; m’n maag draaide zich om. Gelukkig waren er ook mensen die daar tegenin gingen, waar ik me dan een beetje door gesteund voelde. De kern: Ik voelde me door die situatie een hele tijd me niet volwaardig. En waarom?

Ik had meer dan ik dacht last van ‘hoe anderen mij zagen’, dat mensen status en gezag ontlenen aan de positie van de ander. En ik had last van mijn eigen Achterhoekse (of misschien wel gewoon: Nederlandse?) opvattingen. Ik deed tot dan toe alles ‘keurig volgens het boekje’: ging als eerste generatie uit mijn familie studeren, kreeg vrij vlot na mijn diploma een baan, bleef daar best wel een tijd zitten, ondanks de nodige twijfels, leefde vrij zuinig en kon sparen (zo’n typisch Achterhoeks dingetje, volgens mij), en koos toen tegen alles wat ik geleerd had in, voor een jaarcontract elders. Voor ‘onzekerheid’ dus. En na die drie jaarcontracten schoot het door m’n hoofd: “Zie nou wel! Eigen schuld, dikke bult, was ik nou maar gewoon in die stabiele baan blijven zitten!”. En toch, op een hele andere manier dan ik me vroeger kon voorstellen, sta ik nu veel steviger in het leven dan ooit tevoren. Zekerheid haal je namelijk niet uit banen, dat is schijnzekerheid. Zekerheid kun je zelf om je heen organiseren. Niet iedereen, dat besef ik me heel goed, maar meer dan mensen misschien denken.

Ik ben de afgelopen vier jaar in de wijken in Rotterdam West gedoken. Heb mensen en netwerken leren kennen. Ben gaan meedoen. Heb ontdekt waar ik goed in ben en vooral ook waar ik niet zo goed in ben. En durf dat bespreekbaar te maken. Ook mijn twijfels, over de sociale druk die ik nog steeds dagelijks ervaar (en die soms echt heel fors is, niet alleen voor mij dus, maar zeker ook voor mensen die wat minder stabiliteit ervaren) en wat dat met mij en mensen in mijn omgeving doet. Ik heb achteraf gezien zo ongelooflijk veel geleerd in de afgelopen jaren, meer dan in al die jaren ervoor. Door met mensen in de wijken te werken, ze beter te leren kennen, elkaars verhalen te delen en er zo achter te komen dat je echt helemaal niet de enige bent die vastloopt op wat voor manier dan ook. Door daar vertrouwen en steun te vinden en te kunnen bieden.

En dat is waarom ik Zorgvrijstater ben, denk ik. Zorgvrijstaat biedt mij een ‘plek’ waar ik ondanks al m’n getwijfel en gepieker ‘gewoon’ mag zijn en aan de slag mag met wat ik denk dat nodig is in de wijken. Vanuit mijn eigen vragen of die van een ander. Ik hoop dat steeds meer mensen zich in de wijk veilig genoeg gaan voelen om te zijn wie ze zijn, hun eigen keuzes te durven maken en uit te spreken wat zij lastig vinden in het leven.

In een wijk met zoveel culturele achtergronden als in het Oude Westen, is het niet zo vreemd als je elkaar niet altijd even goed begrijpt. ‘Taal is zeg maar echt een ding’ dan, in de breedste zin van het woord: geschreven, gesproken, verborgen of zichtbaar in je gezichtsuitdrukking of lichaamstaal. Ik denk zelfs dat de meeste ‘taal’ misschien nooit hardop wordt uitgesproken, maar in je hoofd blijft hangen. Als we dat nou wel eens proberen te doen, kunnen we dan niet ongelooflijk veel van elkaar leren en elkaar helpen met onze kennis en netwerken?

Yvette Prinsen (sinds 2006 woonachtig in Rotterdam, begonnen in Middelland, verhuisd naar het Nieuwe Westen, en sinds een paar jaar nu bij vriendlief in Blijdorp, helaas geen West meer, maar wel slechts vijf minuten er vandaan – echt waar!)

ontwikkelaar Zorgvrijstaat https://www.facebook.com/zorgvrijstaat

kwartiermaker Huize Middelland

(vrijwillig) bestuurslid TAA Rotterdam

(vrijwillig) adviseur Betsy Perk Opleidingsfonds (voor Rotterdamse vrouwen)

schoolmaaltijden in de wijk

Voor aanvang van de nieuwjaarsreceptie van de Zorgvrijstaat, onlangs in Toko51, hielden wij: Dennis, Alexander, Milja, Remco, Yvette en ik, ieder een korte presentatie over hetgeen wij als “werkvoorbereiders” van de Zorgvrijstaat het afgelopen jaar aangepakt hebben en wat we graag de komende tijd willen voortzetten. Ikzelf, als chef Aanschuiven, wil graag de invoering van schoolmaaltijden onderzoeken. Mijn ontmoeting met Khalida is hierin van doorslaggevende betekenis geweest. Haar inzet om voedsel te verspreiden onder haar buurtbewoners geeft aan hoe groot het gebrek is aan goede voeding aldaar.

Khalida woont in het Oude Westen, heeft schoolgaande kinderen en verzamelde – op het moment dat ik haar ontmoette- brood voor gezinnen uit haar wijk. Het brood dat zij van de bakker kreeg, aan het eind van de dag, bracht zij aan buren, of naar de school van haar kinderen. Zij doet dit omdat veel gezinnen en alleenstaanden met moeite de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Het brood is een welkome aanvulling op de maaltijden die dagelijks ter tafel komen.

Khadida handelt uit naastenliefde, maar ze heeft ook een droom: een goede maaltijdvoorziening via de basisscholen in de wijk die beschikbaar is voor alle leerlingen.

Volgens schattingen leeft een op de zeven gezinnen in Nederland in armoede en gaan 380.000 Nederlandse kinderen regelmatig met een lege maag naar school of brengen geen lunch mee. Hoeveel kinderen in Rotterdam-West hieronder lijden is (nog) moeilijk te zeggen. De Kinderombudsman pleit momenteel voor een landelijk onderzoek dat deze armoede in kaart moet brengen.

De invoering van schoolmaaltijden lijkt enkel uit voordelen te bestaan: meer rust in de klas, minder pesterijen, bestrijding van gevolgen van armoede, veel aandacht en kennis voor gezonde voeding en meer aandacht voor gezond gewicht. Om er maar een paar te noemen.

Het idee van Khalida liet mij niet los. Wat als de Zorgvrijstaat haar gaat helpen? Onze ideeën over de eet-infrastructuur in de wijken daadwerkelijk toepassen en kunnen we met betrokkenen in de wijk een maaltijdvoorziening op poten zetten? Wie kunnen hier betekenis in krijgen? Zijn dat winkeliers, supermarktketens, tuinen, vrijwilligers, ouders, buurthuizen en professionele keukens? Zouden wij stap voor stap kunnen onderzoeken wat er nodig is om schoollunches te realiseren?

Dit jaar willen we een kleine pilot draaien; van in ieder geval een maand, 1 maaltijd per week. We zijn op werkbezoek en zoeken naar samenwerkende partijen. Een hiervan is Youth Food Movement Rotterdam die het proces wil documenteren. Al schrijvende wil ik graag op dit platform verslag van onze stappen richting pilot.