Museum van de Wijk tot het einde

De ruimte gevuld met kunst druppelt leeg. Een voor een komen de kunstenaars hun werk ophalen, een beetje gek omdat het toch een tweede huiskamer was waar iedereen werd verwelkomd. Je kon er schuilen voor de regen, een praatje maken of op je gemak ronddwalen op zoek naar werk wat aansprak. Om het alleen een Museum van de Wijk te noemen voelt niet genoeg, het was ook een ontmoetingsplek en een ruimte om te experimenteren.

Ik weet nog hoe ik spijkers in de muur sloeg die er net zo hard weer uitvielen. De ruimte was moeilijk bedwingbaar en overheersend. Met veel daadkracht kreeg het vorm. Muren werden gevuld, kunstwerken bleven hangen en elk hoekje werd omgetoverd tot creatief proces. Het museum bouwde zichzelf op  met behulp van de meest uiteenlopende persoonlijkheden. Divers kon je het wel noemen. Voor iedereen was het een andere ervaring, er werd werk verkocht en verhalen uitgewisseld. Een mooier doel van een museum kan je denk ik niet wensen.

Er waren dagen dat er niemand was, en dat was ook oke. Er stond jazz muziek op en het was fijn. Als je goed oplette kon je de kleine veranderingen zien. De ruimte ademde, er werden kunstwerken verschoven en toegevoegd. Als je op een goed moment binnen kwam kon je zomaar een van de kunstenaars tegen het lijf lopen. Ieder had zo zijn eigen redenen om de werken te maken. Dwalend langs de werken kon je ze aanraken, het sprak je aan of niet. Er hingen geen lange verhalen over de bedoeling van de kunstenaar, die mocht je er zelf bij verzinnen. Je kon jezelf openstellen en je eigen invulling geven aan wat je zag. Deze openheid vond je in alles terug. Maar vooral in de geesten van de kunstenaars. Het maakte ook niet uit hoe vaak je terug kwam, elke keer ontdekte je wel wat nieuws. Waar de blaadjes van de bomen vielen bleven de werken hangen, per dag beïnvloed door je eigen gedachten. En dat maakte het zo mooi, dit museum was vrij. Vrij voor iedereen die langsliep en vrij voor de kunstenaars. Moge meer plekken op de wereld zo zijn en worden.

Interview Esther Schoonhoven

Als ik aankom zit Esther al op mij te wachten, keurig op tijd. We nemen plaats aan een grote tafel, voor mij zit een vrouw die duidelijk weet wat ze wil. Na haar middelbare school is ze gaan studeren aan de HTS bouwkunde om daarna door te stromen naar de Academie van Bouwkunst. Na haar opleiding is ze aan de slag gegaan als architect maar rond 2008 begon het te kriebelen. In de avond uren begon ze aan de opleiding tekenen en grafiek aan de Willem de Kooning. Voor haar een perfecte balans tussen architectuur projecten en zelf vrij werk maken. Sindsdien is haar tijd verdeeld in geld verdienen en kunstenaar zijn. Een combinatie waar ik graag meer over wil weten.

R: Wat heeft je doen besluiten om toch nog een opleiding aan de academie te doen?
E: Waarom ik onder andere de academie ben gaan doen is omdat projecten waar ik vaak in werk binnen de architectuur veelal 2 tot 3 jaar duren. Dus je leercurve duurt twee jaar en het programma van eisen wordt opgelegd van buiten af door de opdrachtgever. Dan heb je nog met uitvoerende partijen te maken en je werkgever op het bureau waarvoor je werkt. Er is dus heel veel input van buitenaf waar je creatief mee moet om gaan. Dat maakt het werk ook heel leuk en uitdagend maar ik merkte wel dat ik van experimenteren en onderzoeken hou. Dat is iets wat je in de bouwwereld niet altijd kan doen. Muren moeten vaak recht zijn en mensen die willen experimenteren kom je niet zo gauw tegen in die wereld.

Het beïnvloed elkaar nu ook wel. Ik heb een goeie opleiding gehad op de Willem de Kooning. Is wel altijd een beetje afhankelijk van de docenten die je krijgt. We hadden een grafische werkplaats tot onze beschikking waar continue twee docenten rondliepen. Die stimuleerden ook echt het experiment. Grafiek kan heel oudbollig zijn maar de docenten lieten je vrij. Als je de principes kende dan mocht je best wel eens de pers onderste boven draaien. Als je maar wist wat je deed en als iemand anders daarna ook nog gewoon kon werken.

R: Hoe ziet jou dagelijkse dag er een beetje uit als je je werk combineert met je vrije werk?
E: Ik ben sinds kort zelfstandig en daarmee wordt mijn ritme ook heel erg bepaald. Al hoop ik wel dat daar straks wat meer regelmaat in komt. Over het algemeen ben ik overdag met mijn opdrachten bezig en in het weekend en ‘s avonds ben ik met eigen dingen maken bezig. Dat is wat onregelmatiger.

R: Het werk wat je nu hebt hangen wil je daar ook een specifiek verhaal mee vertellen?
E: Er zit wel een verhaal achter het werk wat ik maak maar het is niet zo dat ik dat verhaal ook aan de kijker wil overdragen. Wat ik fijn vind aan kunst is dat ik er zelf een relatie mee kan aangaan. Als ik werk zie en denk ‘wauw!’ Dat moment, een klik met een beeld, dat is volgens mij heel belangrijk voor kunst. Dan ga je er een eigen relatie mee aan en als ik daar als maker doorheen ga met mijn eigen bedoelingen dan verbreek je de eerste verbinding die iemand met zo’n werk aan gaat. Voor mij hoeft dat niet, vertellen wat ik bijvoorbeeld vervelend vind aan de maatschappij en dat aan anderen laten zien doormiddel van mijn werk. Mijn werk maak ik wel altijd vanuit een persoonlijke ervaring of beleving maar dat hoeft degene die het werk mooi of lelijk vindt niet overgedragen te krijgen. Doormiddel van mijn werken kan ik bepaalde indrukken of ervaringen een plek geven en zo meer ruimte in mijn hoofd creëren en nieuwe indrukken kan verwerken.

Een ander werk wat hier hangt heb ik gemaakt met thinner druk. Dus ik heb veel kranten verzameld en daarmee eigenlijk ook al het leed wat zich afspeelt in de wereld. Als je dat op deze manier herdrukt komt het in spiegelbeeld. Maar daarmee leg je ook de vluchtigheid van de krant vast. Kranten gooi je weg en de kranten koppen zullen binnen mijn werk langer blijven bestaan. Maar het is wel minder makkelijk te lezen en te herkennen. Het beeld wat ik er nog over heen heb gedrukt is een verwerkte reactie op al dat leed.

Voor een ander werk heb ik mij een jaar lang gefocust op opruimen. Hoe het kan dat iedereen en alles heel graag wil dat we opruimen maar ze willen ook dat we heel veel dingen kopen. Hoe complex zit die relatie in elkaar. Waar laten we onze rotzooi dan, verdwijnt het ook echt? Dat heb ik eigenlijk in mijn tekeningen zichtbaar gemaakt. Het is niet zo zeer kritiek maar meer een vraag, waar staan we nu eigenlijk? Het is meer onderzoekend werk en juist niet belerend bedoeld.

R: Voor jou is het belangrijk om een kunstwerk echt tot je te laten spreken, wat is voor jou dan de ideale manier om naar kunst te kijken?
E: Ik denk dat je je moet laten verassen en ook de wil moet hebben om je te laten verassen. Open staan voor wat je ziet en vragen blijven stellen. Je kan er blij van worden of juist denken ‘ja zo kan je ook tegen de wereld aan kijken’. Ik denk dat ik persoonlijk bij kunst ook minder vaak bevestigd wil worden in mijn denkbeelden. Ik wil veel liever zien dat de wereld niet vaststaand is en dat mijn overtuigingen echt niet de enige zijn. Ik vind veelzijdigheid heel belangrijk.

R: Jij hebt een redelijk specifieke werkmethode die je niet zomaar overal kan doen, waar druk jij op dit moment?
E: Ik werk in atelier Minnigh. Joost Minnigh is een Rotterdamse graficus, toen hij overleden is heeft zijn vrouw veel van zijn werken verkocht behalve de machines. Die zijn naar een stichting gegaan en met 4 of 5  mensen huren we samen zijn oude atelier. Wij gebruiken dus die machines waar hij mee heeft gewerkt, dat is wel heel mooi. We werken wel vaak langs elkaar heen, iedereen komt natuurlijk op andere tijdstippen maar we werken ook wel eens samen en we leren ook weer van elkaar. De eerste dinsdag avond van de maand proberen we wel met zijn allen bij elkaar te komen maar niemand is verplicht haha. Er zijn niet zo heel veel grafische werkplaats mogelijkheden hier in Rotterdam dus we proberen het wel kleinschalig te houden om het zo voor iedereen fijn werkbaar te houden.

Er is ook niet zo veel vraag meer naar, bijvoorbeeld op de WDKA is het hele onderwijs systeem verandert. Je moet eerst een concept bedenken en dan ga je opzoek naar technieken in de werkplaatsen. Teken lessen worden ook niet meer gegeven op de academie sinds 2 jaar en de officiële grafiek richting is ook gestopt. Maar tijdens mijn studie zag ik meer en meer mensen verzot raken op zeefdrukken omdat dat minder perfect is als een printer. De docent die ik daar gehad heb die probeert ook nog steeds wel mensen enthousiast te maken voor de oudere druk technieken. Ik denk alleen dat deze manier van werken nooit helemaal zal verdwijnen anders had het dat al gedaan. Het heeft toch waarde. Misschien veranderd het of wordt het minder maar de kern blijft wel denk ik.

R: Waarom heb jij zo duidelijk gekozen voor een haast ambachtelijke manier van werken die redelijk op de achtergrond is verdwenen?
E: We kunnen niet alles digitaal maken en juist het werken met je handen, daar heb ik behoefte aan. Het heeft naar mijn idee ook een andere leercurve, je bent daadwerkelijk met je handen bezig dus je oog hand coördinatie werkt anders dan de snelle commando’s en klikjes op je computer. Je faalt op een andere manier en dat is tof.  Je ontdekt andere dingen daardoor. Waarom ik dat zo leuk vond op de academie, dat klooien, dat je fout misschien helemaal niet zo fout was maar dat het juist het effect gaf waarnaar je opzoek was. Dan moet je wel ontdekken wat je fout deed om het te kunnen reproduceren. Dat is met de computer natuurlijk op een heel andere manier, daar is het streven naar perfectie een belangrijker iets. Ik streef nooit naar perfectie, ik snap niet wat perfectie is. Ik geloof ook wel dat mensen als ze naar een werk kijken dat ze dat ergens zien, voelen of ervaren. Dat je er anders naar kijkt dan een poster die perfect geprint is want dat kan je misschien wel snel de klik maken naar reclame achtige dingen. Als je ziet dat iets met de hand gemaakt is, dat werkt anders maar ik heb er natuurlijk geen onderzoek naar gedaan.

R: Wat is het grootste verschil wat je in jou eigen leven hebt gemerkt sinds je de opleiding hebt afgerond?
E: Ik denk dat je door fases heen gaat. In de architectenwereld ga je van project naar project en juist door het rommelen met materialen en het ontdekken wordt ik ontvankelijker. Mijn hoofd wordt rijker, ikzelf wordt ervaringen rijker, kundiger en daardoor heb je meer plezier en zie je meer mogelijkheden. De wereld blijft minder aan je kleven, het is bijna meditatie maar dan aardser.

R: Om het gesprek af te sluiten de laatste vraag, waar ben jij het meest dankbaar voor?
E: Ik ben het meest dankbaar voor het feit dat je je als mensen altijd kan blijven ontwikkelen. Ja dat is het, kort en helder haha.

En daarmee sluiten we het interview af. Ik heb zo’n vermoeden dat deze vrouw nog lang niet uit ontwikkeld is en dat we nog veel van haar gaan horen.

Interview Diana van Wijk

Vanachter een kop thee kijkt ze me aan. Voor me zit Diana van Wijk, kunstenares maar bovenal moeder van twee en een lieve vrouw. Als ik haar vraag naar haar opleiding wordt al gauw duidelijk dat het niet altijd gaat zoals je wil dat het gaat. Ze heeft de vooropleiding conservatorium gedaan en was aangenomen toen ze toch de beslissing maakte om pedagogische hulpverlening te gaan studeren. Dit vanuit een verstandig gevoel met oog op de toekomst. Zonde. Ze heeft na haar opleiding wel met veel plezier gewerkt met kinderen en even leek het een prima toekomst. Na de geboorte van haar tweede kind ging het eigenlijk allemaal niet zo lekker meer. Het is voor haar moeilijk om te vertellen ondanks dat het een groot onderdeel van haar leven is dat er ook gewoon mag zijn. Ik laat haar vrij in wat ze wilt delen en wat niet. Voor mij zit toch een sterke vrouw die openhartig verder praat.

R: Kan je je nog het moment herinneren dat je voor het eerst echt bewust kunst bent gaan maken?

D: Er was een moment in mijn leven dat alles liep, dat ik alle ballen in de lucht hield. Kort daarna kreeg ik problemen met werk door de crisis en reorganisatie. Mede daardoor zat ik niet lekker in mijn vel en kwamen alle ballen die ik omhoog hield langzaam maar zeker op de grond te liggen. Vanuit huis was ze opzoek naar iets om weer op te pakken zonder te zingen. Met een jonge baby was zingen niet de meest handige optie. Een goeie vriendin nodigde haar uit om een dagje samen te gaan schilderen. Dit werkte zo bevrijdend dat het tot op de dag van vandaag eigenlijk niet meer is opgehouden.

Op een gegeven moment stond mijn huis vol met schilderijen. Ik maak kleurrijke acryl schilderijen die echt wel een paar dagen moeten drogen en mijn kinderen zaten toch wel vaak met hun vingers aan het schilderij om te kijken of het al droog was. Dus dat was niet zo ideaal. Gelukkig kreeg ik redelijk snel een eigen plek, en ik ben nog steeds super blij met mijn atelier.

R: Is er een verhaal of boodschap dat je met je werk wilt vertellen? 

D: In de tijd dat ik eigenlijk geen kleur meer had kreeg ik het via mijn schilderijen terug. Dat was iets wat weer zin gaf en weer een reden om op te staan. Ook ging ik met mijn kinderen schilderen en ik vond zo weer een kanaal om met hun te communiceren. Langzamerhand heeft het me heel veel gegeven. En dat probeer ik terug te geven door mijn schilderijen. Hoop, er is altijd licht en kleur. Als je het in jezelf niet hebt kun je het ook nog buiten jezelf vinden op een goeie manier. Het is mijn vrijheid. Vrij van perfectionisme. In het dagelijks leven ben ik vrij perfectionistisch maar tijdens het schilderen is alles welkom. Elke spetter, het hoort erbij. Het is vrij werken en los van zorgen. Het gebeurd gewoon.

R: Kun je mij vertellen hoe jou dagelijkse dag eruit ziet?

D: Werken zit er momenteel niet in maar ik ben op verschillende kanalen wel bezig met dingen die ik leuk vind. Zo heb ik bijvoorbeeld samen met een vriendin Aagje opgericht, creatieve projecten die zorgen dat je in je eigen buurt meer activiteiten krijgt en zo meer saamhorigheid creëert. Dat heb ik zelf namelijk enorm gemist. Dat is naar mijn idee de basis, je medemens zién en een beetje letten op elkaar. Daarin heb ik nu verschillende projecten in samenwerking met de gemeente. Dus dat loopt nu wel eigenlijk.

Daarnaast zit ik bij kunstenaarscollectief Karmijn. Ik probeer zoveel mogelijk zonder druk te doen. Daar gedij ik het beste want ik leg mezelf al zoveel druk op. De laatste tijd heb ik ontzettend veel over mezelf geleerd en wat ik heel prettig vind is dat ik doormiddel van schilderen een nare periode ook heel positief kan afsluiten. Daarom vond ik het ook zo leuk dat deze expositie op mijn pad kwam. Iets nieuws, kijken wat er gebeurd en nieuwe mensen te ontmoeten. Zonder oordeel, gewoon kijken. Ik vind het een heel goed initiatief. En ik was al heel lang niet op de west-kruiskade geweest haha.

R: Waar ben je nu vooral mee bezig? 

D: Als je mentaal niet goed in elkaar zit is het best wel moeilijk, er is vaak een hoop schaamte en je kan moeilijk uitleggen wat er nu precies in je hoofd omgaat. En daar ben ik heel erg mee bezig. Met het laten zien van wat er in mijn hoofd  gebeurd. Dat is moeilijk om vorm te geven omdat je niet precies weet hoe. Ik ben heel erg aan het zoeken qua materiaal. Hoe ziet bijvoorbeeld paniek eruit, hoe ziet angst eruit. Dat je die gevoelens in een beeld kan vangen en dat iemand ook echt dat gevoel ziet. Het gaat eigenlijk om een belevenis en emoties. Hoe zwart kan je het hebben, normaal was ik alleen maar met kleur bezig maar nu toch ook met zwart. Echt zwart. Maar wel met een mengeling van kleur of een lichtpunt vinden. Een vorm van hoop erin. Mijn schilderijen hebben dus wel een diepere laag dan wat je op het eerste oog ziet. Ik ben vanuit het kleurrijke naar wat meer zwart gegaan. Ik durf het nu ook toe te laten, het is een balans vinden tussen gehele vrolijkheid en de wat meer duistere kanten. Die mogen er ook zijn.

R: Als je nu je eigen ideale toekomst kan samenstellen, hoe zou die er dan uit zien?

D: Ik zou heel erg graag galerie willen met kunst echt van de kunstenaarsbron. Een plek als een groot atelier waar je zelf kan werken maar waar ook ruimte is voor iedereen om samen te creëren. En waar het toch wel commercieel kan worden aangepakt. Want dat mis ik ook een beetje, de commerciële kant, anderen blij maken en het betaalbaar houden. Maar niet meteen zo’n standaard galerie. Als ik echt vanuit mezelf kijk zou ik graag een mooie plek creëren waar je inspiratie op kan doen, waar het altijd lekker weer is. En dan hoef ik niet per se te kunnen leven van mijn schilderijen maar ik wil wel graag creatief bezig zijn. In een galerie, muziek of iets anders.. ook verder gaan met kunst dan alleen het schilderen. Ik ga binnenkort ook op les omdat ik geen achtergrond heb in schilderen. Ik heb wel kunstgeschiedenis en muziekgeschiedenis gehad, maar voornamelijk de moderne kunst trekt mij aan. Van daar uit ga ik wel weer verder kijken.

R: Hoe is het voor jou werken als je geen achtergrond in kunst hebt, maar dat duidelijk wel zoekt gezien je recente opleiding?

D: Het is wel heel fijn dat ik geen materiaal hoef te kiezen. Ik zit niet vast aan de dingen die je binnen een opleiding leert. Ik kan met alles werken wat ik wil want er zijn geen beperkingen. Er is geen perfectie, je weet het niet. Dat is wel een verschil met hoe ik vroeger in elkaar zat. Dan moest ik eerst alles weten en dan pas kon ik het aanpakken. En nu heb ik zoiets als ik een materiaal pak  ga ik gewoon kijken wat er gebeurd. Echt op basis van die nieuwsgierigheid. Het zelf ondervinden vind ik het mooie, als ik iets heb gemaakt en het valt na een maand uit elkaar.. Ja dat kan ook gebeuren. Maar dan wéét ik dat.

R: Is er een project of werk wat voor jou een grote waarde heeft ?

D: Het is niet mijn eerste werk maar een schilderij dat ik op een van mijn donkerste dagen heb gemaakt. Mijn man moest me die dag ook echt naar mijn atelier sturen. Uiteindelijk heb ik twee schilderijen gemaakt waarvan 1 mijn lievelingsschilderij is. Die is ook niet te koop. Hij heet ‘Big Magic’, grote magie wat er die dag toch is gebeurd.

Toen ik haar de laatste vraag stelde kwam het antwoord al vrij snel zonder erover na te denken. ‘Waar ben jij het meest dankbaar voor?’ Een antwoord wat niks kan overtreffen; haar man en kinderen. Ze hebben haar gesteund en zijn positief gebleven. Ze hoopt ooit een vorm te kunnen geven aan haar dankbaarheid. Dankbaar dat ze haar hart heeft kunnen volgen.

Voor meer informatie over Karmijn, kijk op: www.karmijnkunst.nl

Interview Margo Ramp

Het is een zonnige ochtend op de west kruiskade. Ik heb een afspraak met Margo Ramp, een van de kunstenaars binnen Museum van de Wijk. We komen tegelijk aan en met de fiets in de hand begint het gesprek al goed. We besluiten op een terrasje te gaan zitten met een cappuccino.

Margo Ramp heeft de creativiteit van haar moeders kant meegekregen. Zelf heeft ze ook een dochter waar ze heel trots op is. Toch leidt Margo een dubbel leven, ze is namelijk verpleegkundige al heel lang. Totaal wat anders. Als ik haar vraag of dat een goeie combinatie is geeft ze toe dat ze het liefst alleen maar met kunst bezig zou zijn. Maar er moet ook geld verdient worden.

R: Hoe ziet een gewone dag van jou dan uit zo met beide banen?
M: Ik ben zzp’er dus dat hangt er eigenlijk een beetje van af. Ik werk in Rotterdam, 4 dagen gebroken diensten maar de kunst zit altijd in mijn hoofd. Waar ik ook ben en waar ik ook kom. Veel praten en veel kijken, ik heb altijd een boekje bij me en ik maak veel foto’s. Eigenlijk is mijn hele dag overspoeld met kunst maar ik moet werken om geld te verdienen. Het is niet dat ik het vreselijk vindt maar eigenlijk wil ik het liefst alleen maar met kunst bezig zijn. Gewoon creatieve dingen doen.

R: In jou kunstwerken lijkt altijd wel een verhaal te zitten, je doet iets niet zomaar. Wat is het verhaal achter de kunstwerken die je nu tentoon hebt gesteld?
M: Ik ben ongeveer 1,5 jaar geleden begonnen met uurwerk. Niet zozeer dé tijd maar wel een uurwerk. Ik kijk vaak om me heen en dan zie ik heel vaak klokken die ik helemaal niet zo mooi vindt. En toen dacht ik, als je toch wilt weten hoe laat het is is het dan niet leuker om het uurwerk in een kunstwerk te plaatsen. Dat is eigenlijk de rode lijn geworden, daarin werk ik graag met natuurlijke materialen. Zo heb ik een klok gemaakt van een oude boomstam. Na mijn expositie ‘met de tijd mee’ is het eigenlijk alleen maar uitgebreid. Uurwerk in kunstwerken.

Het kunstwerk wat nu in Museum van de wijk staat met die grote bol, is de tijd. Mensen denken vaak na over dingen die ze anders hadden kunnen doen of beter. De persoon op de bol hangt ondersteboven bijna in het gat. Die kijkt naar de tijd die geweest is en hoe die het eventueel anders had kunnen doen. Mensen zijn dan ook geneigd om erin te kijken  en dan zien ze een spiegel. Zodat je jezelf kan spiegelen, je komt jezelf tegen in de tijd. Dat is het verhaal achter de bol.

Naast de tijd is vrijheid ook een groot thema. Vrij zijn en vrij voelen, toen is het dansen gekomen.  Het beeld van een man, vrouw en kind die aan het dansen zijn op een S, het wapen van Laren. Daaronder staan rode schoenen. Je kan heel je leven gebonden zijn aan je werk, relatie, vrienden maar als je gaat dansen voel je je vrij. Dan komt het kind in je naar boven, dan schop je je schoenen uit en ga je op je blote voeten staan dansen.

R: Hoe is het proces verlopen toen je aan het werk was aan deze twee kunstwerken?
M: Het beeld op zich is gemaakt van stof met textiel verharder en de bal is van papier maché. Het was heel leuk om aan te werken omdat je het echt zag groeien. Laagje voor laagje ben ik er wel een maand mee bezig geweest. Dat vind ik het mooie van kunst, het scheppen. Je weet nooit precies hoe het gaat worden, van het een komt het ander.

R: Achter jou werken zit vaak een verhaal, toch lees je eigenlijk nooit de verhalen bij de kunstwerken in een museum. Wat is voor jou dan de ideale manier om naar kunst te kijken?
M: Voor mij is het voornamelijk je hoofd leegmaken, je open stellen voor wat je gaat zien en rust vinden. Als het heel druk is kan ik mij ook niet concentreren. Ik kijk vaak eerst wat ik er zelf in zie en als er een kaartje bij hangt dan kijk ik wel even of het klopt. En als het niet klopt ga je er toch weer anders naar kijken. Maar in eerste instantie is het gewoon zelf in alle rust kijken. En stiekem kijk ik ook naar de gebruikte technieken om te kijken of ik daar ook mee kan werken. Niet het namaken maar puur de techniek. Ik heb zelf geen kunstacademie gevolgd dus alles kijk ik af bij anderen en experimenteer ermee. Zo wou ik eens exposeren bij een galerie maar dat mocht niet omdat ik geen kunstacademie had gedaan. Maar voor mij geeft het ook een vrijheid, ik weet niks van een bepaald materiaal dus ik doe er gewoon wat mee. Zo kom je het best achter hoe een materiaal werkt en wat er mogelijk is. Alles heeft zo z’n voor en nadelen.

R: En als je nu maar 1 materiaal mag kiezen waar je alleen nog maar mee mag werken, wat zou dat dan zijn?
M: Nee dat zou ik echt niet kunnen, het zou zo belemmerd werken voor mij. Ik zou het er heel benauwd van krijgen. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met textiel verharder maar dan kan over een tijdje weer heel iets anders zijn. Ik zou mezelf te veel beperken met maar 1 materiaal, ik ben steeds in ontwikkeling gelukkig. Dat is ook mijn visie, kijk om je heen en blijf onderzoeken.

R: En zo heb je ongetwijfeld al een hele hoop geleerd, maar als je nu op dit moment 1 ding moet kiezen wat je heel erg graag wilt leren wat zou dit dan zijn?
M: Ik zou heel graag willen beeldhouwen, dat lijkt me fantastisch. Maar ik zou ook graag meer willen doen met filmen. Daar ben ik nu al een klein beetje mee bezig en dan vooral editten.  Ik heb ook veel gewerkt met photoshop maar ik ben nu meer toe aan beweging. Dat het meer leeft. Daarom ben ik ook veel bezig met 3D werk, daar kan je omheen lopen en van elke hoek zie je weer wat anders.

R: Kan je nog het moment herinneren dat je voor het eerst echt bewust kunst hebt gemaakt?
M: Ik ben altijd al wel geïnteresseerd geweest in kunst maar ik ben 3 jaar geleden begonnen met schilderen en dan leer je ook naar details kijken. Dan ga je steeds verder kijken, ook naar kunstwerken, je krijgt er meer oog voor. Dus dat is eigenlijk het moment geweest. Maar ik ben er wel altijd al mee bezig geweest, mijn oude buurman was meubelmaker en ik bedacht dan meubels en maakte die samen met hem. Zo hebben we tafels en lampen gemaakt maar ook sieraden, eerst van koper en toen van zilver. Doordat ik zoveel uitprobeer kan ik het ook met elkaar combineren. Zo is het natuurlijk met alles eigenlijk, het hele leven. Je doet ervaring op wat je in andere situaties weer kan toepassen.

R: En mocht je nou je ideale toekomst kunnen vormgeven, hoe zou die er dan uit zien?
M: Ik zou graag vanuit huis werken om te ontwerpen maar wel het liefst via opdracht. Dus eigenlijk wil ik heel veel opdrachten krijgen zodat ik financieel onafhankelijk ben en alleen maar bezig kan zijn met kunst maken. Misschien dat ik ooit workshops ga geven maar dat weet ik nog niet.

R: Maar als je opdrachten krijgt ben je niet helemaal vrij om je eigen autonome werk te maken..
M: Dat klopt en dat is ook wel het nadeel. Ik zou dan naast mijn opdrachten ook wel blijven werken aan autonoom werk. Maar als ik mag fantaseren dan zijn opdrachten waarin algehele vrijheid zit toch wel de droom. Maar ja dat komt bijna nooit voor haha.

Om het gesprek af te sluiten stel ik nog 1 laatste vraag. Waar ben je het meest dankbaar voor? Het antwoord is snel en krachtig: haar dochter. Daar kan geen kunstwerk tegen op.

Aankomende woensdag is de expositie Met de tijd mee te bezichtigen aan de Westkruiskade 51,  zie hier voor meer informatie: Expo Met de  Tijd mee.

Opening Museum van de wijk

Opening door Arnold Molenaar.

Vandaag is de kleur geel. Deze heldere warme kleur is het canvas voor de opening. De laatste werkzaamheden nog maar net achter de rug en klaar voor het publiek. Gasten druppelen binnen en al gauw is de ruimte gevuld met geroezemoes en gezellige gesprekken. Wijndrinkers en bierdrinkers zij aan zij. Dan valt de eerste noot bij de piano, Nani Kry laat iedereen verstommen en zingt. Met niks anders dan zijn stem en de piano vult hij de ruimte, deze jongen kan zingen! Als een ware celebrity staan er mensen om hem heen foto’s te maken. Wie hem vanavond niet heeft gehoord krijgt hopelijk nog een kans de aankomende weken.

Dan slaat de klok 4 uur, officieel geopend! Christy neemt de microfoon over en vertelt stralend over het opzetten van museum van de wijk. Samen met Piet Hein en Lennard de Vlieger waren ze zo gek om het gewoon te doen, en zie waar we nu staan. Te midden van alle makers in een bijzondere ruimte vol met muurschilderingen. Iedereen is trots op elkaar en zo hoort het ook. Arnoud Molenaar van Resilient Rotterdam pikte dit enthousiaste initiatief ook op en wilde dit graag met ons openen. Volgens hem is Rotterdam een veerkrachtige stad. Een stad die tegenslagen kan opvangen en sterker wordt. Een stad met visie, lef en doorzettingsvermogen ook op cultureel gebied. En daar komt Museum van de Wijk kijken, een museum/expositie voor de wijk en door de wijk. Want zonder al deze mensen en vrijwilligers bestond dit niet. En dat mag best even gezegd worden, petje af!

Er wordt luid geklapt en de tweede biertjes worden geopend. De lichten gaan aan, dit is waar het om gaat: tekeningen, schilderijen, tassen, denim en sculpturen. Overal is iets interessants te zien, volg de neon lijnen op het plafond en kom uit bij een graffiti muur. Of dwaal langs de duizend schilderijen en zie uiteindelijk alleen maar stipjes die een illustratie vormen. De ruimte speelt met de kunstwerken, ze versterken elkaar. Lachende gezichten praten over en weer. Dit is een geslaagde opening.

 

Het vriendenboekje in de kunstwereld

Vroeger hadden we allemaal een beste vriend of vriendin dit als eerste in ons vriendenboekje mocht schrijven. Je vertelde wat slijmerigs over jullie vriendschap en schreef zwart op wit dat je dolfijnentrainer of brandweerman wilde worden. Later. Daarna volgden er mensen die minder belangrijk waren, een hiërarchie in een onschuldig boekje. Als het even kon werd elke pagina vrolijk vol geplakt met glitter stickers en strip tekstballonnetjes. Om je boekje vol te krijgen mocht iedereen erin schrijven, zelfs de leraren. Een vol boekje betekende dat je geliefd was. Iedereen nam de tijd om jou te voorzien van informatie waar je later hard om kon lachen. ‘‘Nee! wou ik vroeger echt trouwen met mijn moeder? Moet je nagaan als dat echt uit was gekomen..’’

Als volwassen mensen doen we niet meer aan deze boekjes, we verzamelen onze vrienden nu in facebook of instagram. Het verschilt eigenlijk niet zo veel, op onze tijdlijn krijgen we ook informatie waar we later hard om moeten lachen. En we laten iedereen toe ook al ken je ze niet zo goed of zijn het geen vrienden. We kunnen zelfs stickers plaatsen. Stiekem zijn we nog steeds kinderen vragend om een vleiende wereld waarin we iedereen te vriend willen houden.

Ik dacht dat de kunstwereld anders was. Dat hier vrijheid was.

Gister liep ik een galerie binnen voor mijn dagelijkse dosis mooie dingen. Ik zette mijn onderzoekende en begrijpende blik op en dwaalde langs de kunstwerken. Dat is namelijk hoe je naar kunst kijkt. Als je een bril hebt dan zet je die het liefst af om vervolgens je neus dichter naar het werk te begeven. Alsof je details probeert te ruiken om alles te begrijpen. Toen ik dacht dat ik alles had gezien zag ik het. Ook kunstenaars hebben een vriendenboekje. Naast de uitgang stond een mooi boek opgesteld met een half lege pagina en een uitnodigende pen ernaast. Hier schrijf je hoe geweldig de expositie was, wat voor bijzonder werk je hebt gezien en hoe blij je er vandaan kwam. Mijn geïdealiseerde kunstwereld was afgebroken. Een vol gastenboek, vrienden die geen vrienden zijn maken je een betere kunstenaar. Vroeg of laat hoop je dat iedereen je naam kent en in je boekje schrijft om het later terug te lezen en erom te lachen.

Een ode aan de leeszaal

Iedereen heeft letters nodig. Letters vormen woorden, vormen zinnen, gedachtes, meningen en andere betekenissen. Daar waar de zon door de ramen schijnt staan rijen boeken opgesteld klaar om gelezen te worden. Het is ondertussen wel een begrip in Rotterdam: de leeszaal. Een plek waar je boeken  kan achterlaten en meenemen gerund door vrijwilligers. Op de achtergrond lopen mensen met tassen speurend naar bijzondere titels die uitnodigen om het boek op te pakken. Achterkanten worden gelezen en beoordeeld. Boeken mogen mee naar huis, zorgvuldig afgewogen op weg naar een nieuwe boekenplank om op te staan.

De deur kraakt als hij open gaat, een mevrouw komt naar binnen gekleed in een bruine houtje touwtje jas met een keurig klein schoudertasje. Zuchtend neemt ze plaats aan de grote tafel met alle kranten. Ze herkent direct Trumps hoofd en pakt die krant om zich vervolgens uit te laten over deze man die over Amerika heerst. Tegenover haar zit iemand die ze lijkt te kennen, hij lacht. ‘Lachen is gezond, het zet de bloedvaten open’, antwoord ze. Een oude wijsheid die we allemaal zouden moeten naleven. Ze verveelt zich thuis, een kamertje in een verzorgingstehuis. De man snapt het wel maar waarom komt ze dan toch naar de leeszaal? Er zijn zoveel boeken die nog gelezen moeten worden maar zij begint er niet meer aan. Dan moet je al die boeken ook komen brengen, een zware klus waar ze geen zin meer in heeft. Er verschijnt een wit katoenen zakboekje uit haar jaszak en wrijft ermee over haar neus. Een klein gebaar maakt een wereld van verschil duidelijk. Vanachter haar brillenglazen kijkt ze de man oplettend aan, haar blik dwaalt naar beneden en blijft hangen op het boek wat voor de man ligt. ‘Oh heeft u de bijbel? Goed zo, heb je die zomaar daar liggen?’ De man lacht weer, de bijbel is geen boek dat je zomaar ergens hebt liggen. Hij leest er elke dag in. Ze schud haar hoofd, zij hoeft hem niet meer te lezen ze kent hem tenslotte uit haar hoofd. Niet alles even goed, sommige stukken vind ze onzin maar het is wel het belangrijkste boek in heel de wereld. Amen Amen.  Ze wil veel liever Japans leren in plaats van de bijbel lezen. Tekens die betekenis krijgen van woorden, zinnen, gedachtes, meningen. Ze neemt een slok water: ‘je moet veel water drinken hoor!’ Zij kan het weten, alle jaren al geleefd en wil toch nog Japans  leren.

De man las niet zoveel, maar sinds een jaar of 2 heeft hij toch een heuse kleine bibliotheek thuis. Het is jammer dat ze het niet geweten heeft, een aantal van haar boeken zijn in de papierbak verdwenen. Ze lijkt het echt erg te vinden, boeken vol met verhalen die niet meer door anderen zullen worden gelezen. Misschien kent ze deze ook uit haar hoofd,werelden creërend binnen haar kamertje. De man met de kleine bibliotheek staat op, de plicht roept. Ongetwijfeld kruizen ze elkaars pad weer hier aan deze tafel in de leeszaal. Misschien kent zij dan al wat woordjes Japans. Tot ziens mevrouw M! De deur kraakt als hij open gaat, ze kijkt de man nog even na terwijl hij naar buiten loopt en wend zich dan naar mij. ‘En jij lees jij veel?’ vraagt ze. Ik kijk op van mijn computerscherm. Zou ze doorhebben dat ik over haar aan het schrijven ben?  Al die boeken met hun verhalen, zij praat liever met mensen en boeken praten niet terug. Ze vraagt hoe mijn koningsdag was, waar ik toch het geduld vandaan haal om met een computer te werken en hoe ik vlekken uit mijn was haal. We moeten lachen als we ontdekken dat we dezelfde truc gebruiken voor onze vlekken: ossengalzeep. Ondanks alle verschillen zijn we toch niet zoveel verschillend. Ze neemt nog een slok water en kijkt naar buiten. Het is veel te mooi meer om binnen te zitten eigenlijk. We besluiten allebei om nog te genieten van de zon, tot ziens tot ziens. Ik hoop de volgende keer dan ik haar spreek wat woordjes Japans te horen. Glimlachend loop ik naar buiten, Dit keer had ik geen boek nodig.

Voor meer informatie:
Leeszaal Rotterdam West

Sculptuur en mysterie van Het Beeld

 

Toen ik vanaf centraal station naar huis fietste reed ik gedachteloos langs de rij kunstwerken die staan opgesteld langs de Westersingel. Ik hou niet zo van een sculptuur dus meestal fiets ik er langs en let ik meer op de auto’s voor me om geen onverwachte verassing te krijgen. Deze keer ging het anders, mijn oog werd getrokken door een zeer statisch beeld dat om hoorde te vallen. Dat deed het echter niet en het stond daar gevaarlijk te balanceren. Ik moest eerlijk toegeven dat ik dit stiekem wel mooi vond, een heldere vorm die precies daar lijkt te zijn neergedaald als een bevroren ijspegel. Hoe hard het ook waait, de sculptuur staat onbeweeglijk alsof het nooit anders is geweest. Het beeld L’homme qui marche van Rodin is tijdelijk verplaatst naar Wüppertal en liet een lege sokkel achter. Een ruimte die alleen bestaat als er invulling aan is gegeven. Maar Sculpture International Rotterdam had geen plannen voor een tijdelijke invulling. De plek zou leeg blijven, wachtend in stilte op de terugkeer van Rodin.

Alsof er toeval bestaat reed precies op het moment dat het beeld van Rodin van haar sokkel werd getakeld een jongeman langs. Hij bleef even staan kijken naar de mannen die gewapend met een hijskraan en vrachtwagen het beeld van zijn plek tilden. Wat overbleef was een lege sokkel, nog steeds uitgelicht om de plotselinge verdwijning haast te benadrukken. Je kon zijn gedachten bijna horen, deze plek is niet bedoeld om leeg te blijven en daar zou hij een plan voor maken. Deze jongeman genaamd Sil Krol maakt namelijk werk wat je het beste kan omschrijven als experimentele interventies in openbare ruimtes . Hij creëert sculpturen, architectonische ingrepen en acties die zomaar opdoemen in het straatbeeld. Dit doet hij met zo’n nauwkeurigheid dat het lijkt alsof het precies daar hoort te zijn. Krol’s werk speelt op subtiele manier met vragen als: ‘van wie is de openbare ruimte en wat is wel en niet geoorloofd’?  Daardoor creëert hij een spanningsveld tussen de ruimte waarin zijn werk zich bevindt en het werk zelf.

De beeldenrij aan de Westersingel heeft van zichzelf al een duidelijke uitstraling. Met dit in zijn achterhoofd is Krol gaan experimenteren met vier vlakken gespiegeld aan elkaar, ook wel bekend als di-piramide. Een zoektocht naar het perfecte materiaal en de juiste maat voor de omgeving was begonnen. Het werk moest precies bij de sokkel passen maar daarnaast wel een interessante toevoeging zijn op de al bestaande beeldenreeks. Je kan natuurlijk niet zomaar een Rodin vervangen. Voor Krol heeft zijn sculptuur inhoudelijk geen relatie tot het beeld van Rodin maar het is in zekere zin  wel het tegenovergestelde. Waar Rodin een lopende man uitbeeld, duidelijk gevormd door menselijke handen is de sculptuur van Krol statisch en geometrisch waar zelfs de natuur geen invloed op uit lijkt te oefenen. Het vormt een aangenaam contrast met de andere beelden die er staan. Voor mij geeft dit perfect de situatie van Rotterdam weer, overal waar ik fiets wordt ik verrast door de grote glimmende nieuwbouw die de oude glorie van Rotterdam weerspiegelt in hun ramen. Juist de afwisselende architectuur maakt Rotterdam zo’n fijne stad. Als je denkt dat je het allemaal wel denkt gezien te hebben ontplooit er een gebouw wat totaal niet naast zijn buurman lijkt te passen. Dit houdt je wakker want van te veel eentonigheid wordt men blind. Krol zorgt er met zijn werk voor dat we op blijven letten. Met zijn spontane actie heeft hij het AD al aan de lijn gehad en is zijn werk online al meer dan 4000 keer bekeken. Mensen merken het op maar twijfelen niet aan of het daar hoort, het lijkt er dan ook op dat zijn werk blijft staan tot de terugkeer van Rodin.

Op dit moment werkt hij aan een nieuwe opdracht voor het festival Tweetakt in Utrecht waar binnenkort op fort Ruigenhoek iets gaat gebeuren wat niet te voorspellen is. Maar een ding is zeker, wij kunnen nog even genieten van zijn onverwachte acties.

http://silkrol.blogspot.nl

Kunst en cultuur in woorden

 

Aangenaam! Ik ben Robin Hendriks (1994). In de zomer van 2016 ben ik afgestudeerd aan de Willem de Kooning en heb sindsdien de vrijheid om als freelance ontwerper aan de slag te gaan. Sinds vandaag zal ik gaan schrijven en dan met name over het Oude Westen. Maar niet zomaar over hoeveel kauwgom er op de straten ligt. Nee, ik zal mijn gaan richten op wat er allemaal gaande is op gebied van kunst en cultuur. Er gebeurt zó veel, ook recht onder onze neus terwijl we het niet eens opmerken. Heb jij wel eens goed gekeken naar de lantaarnpalen die langs de weg staan? Daar zit ook een ontwerper achter die heel goed heeft nagedacht over de vorm. Zonde eigenlijk dat we er bijna gedachteloos langs lopen. In mijn schrijfsels zal ik deze ondergewaardeerde vormen van kunst uitlichten want zo vind je juist de meest fascinerende verhalen die ons stukje bij beetje de wereld beter leren begrijpen. Daarnaast zal ik veel te vinden zijn op exposities en bij kunstenaars met een bijzonder verhaal, genoeg om over te schrijven! Er zal bij elk artikel een illustratie verschijnen om het onderwerp te vangen en meer tot de verbeelding te laten spreken.

Stay tuned voor het eerste artikel. En mocht je zaterdag avond nog geen plannen hebben, er is de opening ‘Home is a formal yet loving place’ in de Frank Taal galerie.

http://www.franktaal.nl

Illustratie © Robin Hendriks