Het Oude Westen moet verder zonder Rini

WOW Rotterdam
Volg ons

WOW Rotterdam

Wij houden jullie op de hoogte van leuke en interessante activiteiten in Rotterdam!
WOW Rotterdam
Volg ons

Latest posts by WOW Rotterdam (see all)

In samenspraak met familie en Aktiegroep Oude Westen, het volgende bericht. We hopen dat u na het lezen een berichtje achterlaat in de vorm van een steunbetuiging, een anekdote of een foto met betrekking tot Rini de Otter zodat het een mooi digitaal monument wordt. Opdat we hem nooit vergeten…

Rotterdam, donderdag 26 oktober 2017

Rini de Otter

Afgelopen dinsdag 24 oktober kregen wij het onvoorstelbare bericht dat Rini de Otter die dag was overleden. Bij het uitrusten op de bank na

een bezoek aan de sportschool is zijn hart stil blijven staan.

Zowel in de Buurtwinkel als in de Leeuwenhoek kon het bericht maar moeilijk doordringen en was ongeloof en daarna ontzetting de reactie.

Een Oude Westen zonder Rini lijkt ondenkbaar.

Zijn aanwezigheid, tomeloze inzet en humor waren altijd zo vanzelfsprekend, dat het Oude Westen nooit meer hetzelfde zal zijn.

Er waren weinig activiteiten of gebeurtenissen in de afgelopen 40 jaar waar Rini niet op een of andere manier bij betrokken was, denk bijvoorbeeld aan het wijk- brede Nieuwjaarsfeest, het Aktiegroep Café met zijn tante Leeuwina, de speeltuin waar hij bestuurslid was, de kerstman en Paashaas op de West-Kruiskade, de Zeskamp tijdens het jaarlijkse Zomerfeest, vele jaren Gaffelkamp en Huttendorp voor de kinderen, om er enkele te noemen.

Duizendpoot Rini aan het “werk”                          (foto Lennie Braun)

Niet voor niets kreeg hij een verdiende Erasmusspeld voor zijn jarenlange inzet voor de buurt.

Rini maakte het verschil

Bij alles wat Rini deed wist hij zich gesteund door zijn vrouw Cora. Zij moet nu verder zonder Rini.

Rini was trots op zijn kinderen Ruud en Irma, en terecht, maar mogelijk nog trotser en blijer was hij met zijn kleindochter Sophie. Wat triest dat het meisje nu moet opgroeien zonder haar geweldige opa.

Wij herdenken Rini tijdens een speciale bijeenkomst in Odeon

Gouvernestraat 56d

zondag 29 oktober om 16.00 uur

Er ligt een condoleanceregister in bij De Aktiegroep, De Leeuwenhoek en Odeon. Voor meer informatie kun je contact opnemen met de Aktiegroep.

Op deze plek kunt U een digitale reactie plaatsen in de vorm van een steunbetuiging, een anekdote of een foto van Rini. Dat zal enorm gewaardeerd worden.

De crematie zal in besloten kring plaatsvinden.

Museum van de Wijk tot het einde

Robin Hendriks

Robin Hendriks

Founder at R / H
Robin Hendriks (1994) is in 2016 afgestudeerd aan de Willem de Kooning. Ze werkt als freelance schrijver, ontwerper, maker en is daarnaast elke zondag te vinden in het dierenasiel. Haar werk gaat bijna altijd over de mens en perceptie. Voor WOW schrijft ze over kunst en de mens.
Robin Hendriks

Latest posts by Robin Hendriks (see all)

De ruimte gevuld met kunst druppelt leeg. Een voor een komen de kunstenaars hun werk ophalen, een beetje gek omdat het toch een tweede huiskamer was waar iedereen werd verwelkomd. Je kon er schuilen voor de regen, een praatje maken of op je gemak ronddwalen op zoek naar werk wat aansprak. Om het alleen een Museum van de Wijk te noemen voelt niet genoeg, het was ook een ontmoetingsplek en een ruimte om te experimenteren.

Ik weet nog hoe ik spijkers in de muur sloeg die er net zo hard weer uitvielen. De ruimte was moeilijk bedwingbaar en overheersend. Met veel daadkracht kreeg het vorm. Muren werden gevuld, kunstwerken bleven hangen en elk hoekje werd omgetoverd tot creatief proces. Het museum bouwde zichzelf op  met behulp van de meest uiteenlopende persoonlijkheden. Divers kon je het wel noemen. Voor iedereen was het een andere ervaring, er werd werk verkocht en verhalen uitgewisseld. Een mooier doel van een museum kan je denk ik niet wensen.

Er waren dagen dat er niemand was, en dat was ook oke. Er stond jazz muziek op en het was fijn. Als je goed oplette kon je de kleine veranderingen zien. De ruimte ademde, er werden kunstwerken verschoven en toegevoegd. Als je op een goed moment binnen kwam kon je zomaar een van de kunstenaars tegen het lijf lopen. Ieder had zo zijn eigen redenen om de werken te maken. Dwalend langs de werken kon je ze aanraken, het sprak je aan of niet. Er hingen geen lange verhalen over de bedoeling van de kunstenaar, die mocht je er zelf bij verzinnen. Je kon jezelf openstellen en je eigen invulling geven aan wat je zag. Deze openheid vond je in alles terug. Maar vooral in de geesten van de kunstenaars. Het maakte ook niet uit hoe vaak je terug kwam, elke keer ontdekte je wel wat nieuws. Waar de blaadjes van de bomen vielen bleven de werken hangen, per dag beïnvloed door je eigen gedachten. En dat maakte het zo mooi, dit museum was vrij. Vrij voor iedereen die langsliep en vrij voor de kunstenaars. Moge meer plekken op de wereld zo zijn en worden.

Interview Esther Schoonhoven

Robin Hendriks

Robin Hendriks

Founder at R / H
Robin Hendriks (1994) is in 2016 afgestudeerd aan de Willem de Kooning. Ze werkt als freelance schrijver, ontwerper, maker en is daarnaast elke zondag te vinden in het dierenasiel. Haar werk gaat bijna altijd over de mens en perceptie. Voor WOW schrijft ze over kunst en de mens.
Robin Hendriks

Latest posts by Robin Hendriks (see all)

Als ik aankom zit Esther al op mij te wachten, keurig op tijd. We nemen plaats aan een grote tafel, voor mij zit een vrouw die duidelijk weet wat ze wil. Na haar middelbare school is ze gaan studeren aan de HTS bouwkunde om daarna door te stromen naar de Academie van Bouwkunst. Na haar opleiding is ze aan de slag gegaan als architect maar rond 2008 begon het te kriebelen. In de avond uren begon ze aan de opleiding tekenen en grafiek aan de Willem de Kooning. Voor haar een perfecte balans tussen architectuur projecten en zelf vrij werk maken. Sindsdien is haar tijd verdeeld in geld verdienen en kunstenaar zijn. Een combinatie waar ik graag meer over wil weten.

R: Wat heeft je doen besluiten om toch nog een opleiding aan de academie te doen?
E: Waarom ik onder andere de academie ben gaan doen is omdat projecten waar ik vaak in werk binnen de architectuur veelal 2 tot 3 jaar duren. Dus je leercurve duurt twee jaar en het programma van eisen wordt opgelegd van buiten af door de opdrachtgever. Dan heb je nog met uitvoerende partijen te maken en je werkgever op het bureau waarvoor je werkt. Er is dus heel veel input van buitenaf waar je creatief mee moet om gaan. Dat maakt het werk ook heel leuk en uitdagend maar ik merkte wel dat ik van experimenteren en onderzoeken hou. Dat is iets wat je in de bouwwereld niet altijd kan doen. Muren moeten vaak recht zijn en mensen die willen experimenteren kom je niet zo gauw tegen in die wereld.

Het beïnvloed elkaar nu ook wel. Ik heb een goeie opleiding gehad op de Willem de Kooning. Is wel altijd een beetje afhankelijk van de docenten die je krijgt. We hadden een grafische werkplaats tot onze beschikking waar continue twee docenten rondliepen. Die stimuleerden ook echt het experiment. Grafiek kan heel oudbollig zijn maar de docenten lieten je vrij. Als je de principes kende dan mocht je best wel eens de pers onderste boven draaien. Als je maar wist wat je deed en als iemand anders daarna ook nog gewoon kon werken.

R: Hoe ziet jou dagelijkse dag er een beetje uit als je je werk combineert met je vrije werk?
E: Ik ben sinds kort zelfstandig en daarmee wordt mijn ritme ook heel erg bepaald. Al hoop ik wel dat daar straks wat meer regelmaat in komt. Over het algemeen ben ik overdag met mijn opdrachten bezig en in het weekend en ‘s avonds ben ik met eigen dingen maken bezig. Dat is wat onregelmatiger.

R: Het werk wat je nu hebt hangen wil je daar ook een specifiek verhaal mee vertellen?
E: Er zit wel een verhaal achter het werk wat ik maak maar het is niet zo dat ik dat verhaal ook aan de kijker wil overdragen. Wat ik fijn vind aan kunst is dat ik er zelf een relatie mee kan aangaan. Als ik werk zie en denk ‘wauw!’ Dat moment, een klik met een beeld, dat is volgens mij heel belangrijk voor kunst. Dan ga je er een eigen relatie mee aan en als ik daar als maker doorheen ga met mijn eigen bedoelingen dan verbreek je de eerste verbinding die iemand met zo’n werk aan gaat. Voor mij hoeft dat niet, vertellen wat ik bijvoorbeeld vervelend vind aan de maatschappij en dat aan anderen laten zien doormiddel van mijn werk. Mijn werk maak ik wel altijd vanuit een persoonlijke ervaring of beleving maar dat hoeft degene die het werk mooi of lelijk vindt niet overgedragen te krijgen. Doormiddel van mijn werken kan ik bepaalde indrukken of ervaringen een plek geven en zo meer ruimte in mijn hoofd creëren en nieuwe indrukken kan verwerken.

Een ander werk wat hier hangt heb ik gemaakt met thinner druk. Dus ik heb veel kranten verzameld en daarmee eigenlijk ook al het leed wat zich afspeelt in de wereld. Als je dat op deze manier herdrukt komt het in spiegelbeeld. Maar daarmee leg je ook de vluchtigheid van de krant vast. Kranten gooi je weg en de kranten koppen zullen binnen mijn werk langer blijven bestaan. Maar het is wel minder makkelijk te lezen en te herkennen. Het beeld wat ik er nog over heen heb gedrukt is een verwerkte reactie op al dat leed.

Voor een ander werk heb ik mij een jaar lang gefocust op opruimen. Hoe het kan dat iedereen en alles heel graag wil dat we opruimen maar ze willen ook dat we heel veel dingen kopen. Hoe complex zit die relatie in elkaar. Waar laten we onze rotzooi dan, verdwijnt het ook echt? Dat heb ik eigenlijk in mijn tekeningen zichtbaar gemaakt. Het is niet zo zeer kritiek maar meer een vraag, waar staan we nu eigenlijk? Het is meer onderzoekend werk en juist niet belerend bedoeld.

R: Voor jou is het belangrijk om een kunstwerk echt tot je te laten spreken, wat is voor jou dan de ideale manier om naar kunst te kijken?
E: Ik denk dat je je moet laten verassen en ook de wil moet hebben om je te laten verassen. Open staan voor wat je ziet en vragen blijven stellen. Je kan er blij van worden of juist denken ‘ja zo kan je ook tegen de wereld aan kijken’. Ik denk dat ik persoonlijk bij kunst ook minder vaak bevestigd wil worden in mijn denkbeelden. Ik wil veel liever zien dat de wereld niet vaststaand is en dat mijn overtuigingen echt niet de enige zijn. Ik vind veelzijdigheid heel belangrijk.

R: Jij hebt een redelijk specifieke werkmethode die je niet zomaar overal kan doen, waar druk jij op dit moment?
E: Ik werk in atelier Minnigh. Joost Minnigh is een Rotterdamse graficus, toen hij overleden is heeft zijn vrouw veel van zijn werken verkocht behalve de machines. Die zijn naar een stichting gegaan en met 4 of 5  mensen huren we samen zijn oude atelier. Wij gebruiken dus die machines waar hij mee heeft gewerkt, dat is wel heel mooi. We werken wel vaak langs elkaar heen, iedereen komt natuurlijk op andere tijdstippen maar we werken ook wel eens samen en we leren ook weer van elkaar. De eerste dinsdag avond van de maand proberen we wel met zijn allen bij elkaar te komen maar niemand is verplicht haha. Er zijn niet zo heel veel grafische werkplaats mogelijkheden hier in Rotterdam dus we proberen het wel kleinschalig te houden om het zo voor iedereen fijn werkbaar te houden.

Er is ook niet zo veel vraag meer naar, bijvoorbeeld op de WDKA is het hele onderwijs systeem verandert. Je moet eerst een concept bedenken en dan ga je opzoek naar technieken in de werkplaatsen. Teken lessen worden ook niet meer gegeven op de academie sinds 2 jaar en de officiële grafiek richting is ook gestopt. Maar tijdens mijn studie zag ik meer en meer mensen verzot raken op zeefdrukken omdat dat minder perfect is als een printer. De docent die ik daar gehad heb die probeert ook nog steeds wel mensen enthousiast te maken voor de oudere druk technieken. Ik denk alleen dat deze manier van werken nooit helemaal zal verdwijnen anders had het dat al gedaan. Het heeft toch waarde. Misschien veranderd het of wordt het minder maar de kern blijft wel denk ik.

R: Waarom heb jij zo duidelijk gekozen voor een haast ambachtelijke manier van werken die redelijk op de achtergrond is verdwenen?
E: We kunnen niet alles digitaal maken en juist het werken met je handen, daar heb ik behoefte aan. Het heeft naar mijn idee ook een andere leercurve, je bent daadwerkelijk met je handen bezig dus je oog hand coördinatie werkt anders dan de snelle commando’s en klikjes op je computer. Je faalt op een andere manier en dat is tof.  Je ontdekt andere dingen daardoor. Waarom ik dat zo leuk vond op de academie, dat klooien, dat je fout misschien helemaal niet zo fout was maar dat het juist het effect gaf waarnaar je opzoek was. Dan moet je wel ontdekken wat je fout deed om het te kunnen reproduceren. Dat is met de computer natuurlijk op een heel andere manier, daar is het streven naar perfectie een belangrijker iets. Ik streef nooit naar perfectie, ik snap niet wat perfectie is. Ik geloof ook wel dat mensen als ze naar een werk kijken dat ze dat ergens zien, voelen of ervaren. Dat je er anders naar kijkt dan een poster die perfect geprint is want dat kan je misschien wel snel de klik maken naar reclame achtige dingen. Als je ziet dat iets met de hand gemaakt is, dat werkt anders maar ik heb er natuurlijk geen onderzoek naar gedaan.

R: Wat is het grootste verschil wat je in jou eigen leven hebt gemerkt sinds je de opleiding hebt afgerond?
E: Ik denk dat je door fases heen gaat. In de architectenwereld ga je van project naar project en juist door het rommelen met materialen en het ontdekken wordt ik ontvankelijker. Mijn hoofd wordt rijker, ikzelf wordt ervaringen rijker, kundiger en daardoor heb je meer plezier en zie je meer mogelijkheden. De wereld blijft minder aan je kleven, het is bijna meditatie maar dan aardser.

R: Om het gesprek af te sluiten de laatste vraag, waar ben jij het meest dankbaar voor?
E: Ik ben het meest dankbaar voor het feit dat je je als mensen altijd kan blijven ontwikkelen. Ja dat is het, kort en helder haha.

En daarmee sluiten we het interview af. Ik heb zo’n vermoeden dat deze vrouw nog lang niet uit ontwikkeld is en dat we nog veel van haar gaan horen.

The Sound of Parbo deel 3 Bonanza, Kaseko, huiscafe Speakeasy en de Tempel

PietHein

PietHein

Sociale Akademie/Kultureel werker
Toneelacademie Maastricht
Schrijvervakschool 't Colofon
Toneelschrijven, columns
Werkte als acteur en danser in films en theater
Werkte als regisseur aan theaterproducties
Is oprichter Buurtatelier Zwaerdecroonstraat
Werkt voor Cretopia-Rotterdam
Werkt voor Wow-Rotterdam
Werkt voor M.I.E.P West-Kruiskade (marketing, imago, events, pr)
Werkt voor Rotterdam Street Art Museum
PietHein

Met dank aan Evan van der Most/ Dig It Up

Bonanza

Kid Dynamite

Zestien jaar verder (1953) zien we Kid wekelijks terug op het podium van La Bonanza. Een chique ‘South-American Nightclub’ in de Van Speykstraat, op de plaats waar nu het plein met Leeszaal West zit. Volgens een oud woordenboek uit de Leeszaal betekent een bonanza een goudschat, of financiële meevaller. De Surinaamse eigenaar van deze vroege, Latijns-Amerikaanse smeltkroes, de breeddenkende entrepreneur Lou Hidalgo, telde Surinaamse ministers en Rotterdamse wethouders onder zijn klanten, en bood zijn muzikale landgenoot Dynamite hier als eerste de ruimte voor een bijzonder experiment. Niets minder dan de versmelting van de moderne jazz en de Surinaamse volksziel. De kaseko uit Kid’s jeugd.

Kaseko komt voort uit kawina. De Afrikaanse dans die samen met de winti via overvolle slavenschepen naar Suriname werd gebracht. Door de kolonialen als duivels gezien overleefde kawina eeuwenlang diep in het regenwoud, bij de Marrons, de grootste gemeenschap van weggelopen slaven op het westelijk halfrond. De Marrons waren legendarische guerrilla’s en geslepen onderhandelaren, en nog muzikaal ook. Begin vorige eeuw kwam kawina terug uit het bos en mixte met de koloniale kapel (tuba’s), en de nieuwe New Orleans jazz, tot de mengvorm kaseko. Direct na de Tweede Wereldoorlog kwam de grote kaseko revival – de opstanding – waarbij hij zich verder mengde met Afro-Caribische ritmes als calypso. Zijn grote populariteit is er vanaf dat moment, maar heer Kaseko kijkt niet om, en blijft zich als een echte Surinamer moderniseren.

Kid Dynamite werd opgevoed door zijn nog tijdens de slavernij geboren oma. Een wintipriesteres. Op het podium zwaaide hij soms wild met zijn sax om zich heen, om boze geesten te verjagen. In een bewaard gebleven fragment van de Bonanza Boys op de radio, AVRO 1955, kondigt hij in zijn diepe rumstem een kawina aan: ‘De Winti-dansi is een dans, die bij een groot vuur wordt uitgevoerd, waarbij de slang wordt vereerd.’

Winti is een dans om in trance te komen. Om in je soul te kijken wat er allemaal mis is. Legende gaat dat tenorsaxofonist Sonny Rollins zijn beroemde calypso St. Thomas in 1956 opnam, nadat hij Kid de Surinaamse melodie Syen No Dee (Ze is schaamteloos), in zijn ritmische winti-groove hoorde spelen. En daar miljoenen, oftewel een bonanza mee verdiende. Voor een nuchtere Hollander een onwaarschijnlijk verhaal, aangezien Rollins pas in 1959 voor het eerst in Nederland optrad. Maar het illustreert wel Dynamite’s hoge niveau. Kid Dynamite in La Bonanza is een historische schakel. Een keti tussen Suriname en Rotterdam.

Best of both worlds

In het Paramaribo van de jaren 50 is Teddy Treurniet nog een echte natuurboy. Op een uitgeholde boomstam (conga) en met kalebassen gevuld met rijst (maraccas) begint hij op zijn achtste op verjaardagen te spelen. Zijn eerste band heet Brontapoe, de ‘brandende wereld’. Ze spelen kaseko, maar ook de snellere kawina. Door het gebruik van enkel percussie, letterlijk back to the roots. Of zoals Teddy uitlegt: ‘De kawina is meer naturel… in de jungle waren geen blaasinstrumenten.’ Zo simpel lag het. Net als de afrolook van de jonge Treurniet: ‘Je had gewoon geen geld om naar de kapper te gaan.’ Vlak voor zijn vertrek naar Rotterdam zong Teddy alweer in de nieuwste Afro-Amerikaanse stijl. Soul! Met een stem zo babysmooth als Brook Benton en Sam Cooke.

 

Jongerencentrum ‘De Tempel’,
West-Kriuisdkade

In 1960 zijn er nog maar weinig Surinamers in Rotterdam. Maar Teddy maakt met zijn natuurlijke charme en kroeshaar, al snel een hele bos blanke vrienden. In studentensociëteit AMVJ (Mauritsweg) richt hij eind ’62 Rotterdams eerste soul & blues band op, the Needles, waarmee hij voornamelijk in het Duitse en Franse circuit opereert. In het moderne Rotterdamse nachtleven laveert Teddy tussen cafés als de Wieck, Pacific, Williams Paradise, Pardoel, maar vooral de Fles op de ’s-Gravendijkwal, waar de begintwintiger zich als een vis in het water voelt. Hij raakt er bevriend met swingende artistiekelingen als Deelder, Vaandrager, Vogel, Verhagen en Vinkenoog, die allemaal zijn illegale huiscafé de Speakeasy bezoeken. Als deze vroege hippie hangout te druk wordt huurt Teddy eind 1968 de leeggelopen Jozefkerk op de West-Kruiskade. Op de hoek waar nu ‘dat Surinaamse bejaardenhuis’ staat.

De Jozefkerk wordt omgedoopt tot De Tempel. Het eerste blauw van de hasjlucht staand jongerencentrum. Vol hippe miniwinkeltjes, glas in lood, en muurschilderingen van Leendert Leduc. Publicist Peter Bulthuis: ‘Tja, de gemeente wilde wel een soort Paradiso.’ Het podium werd officieel en zeer luidruchtig ingewijd door de net uit de Small Faces gestapte zanger Steve Marriott. Buiten staan wijkbewoners met grote ogen te kijken naar de bontgeklede stoet freaks, die langzaam hun oude zondagsschool binnendruppelen. Naar de Boeddha Bar achterin de kerk, waar blacks en blanken, the best of both worlds, mixen in hogere sferen. Genieten op roodfluwelen bankjes. De velvet underground die zo lekker zit. Of heerlijk stoned dansen op de nieuwste soul & tripplaten, die enthousiast worden aangekondigd door deejay Teddy Treurniet. De zwarte preacher op de witte scene.

The Sound of Parbo deel 2

PietHein

PietHein

Sociale Akademie/Kultureel werker
Toneelacademie Maastricht
Schrijvervakschool 't Colofon
Toneelschrijven, columns
Werkte als acteur en danser in films en theater
Werkte als regisseur aan theaterproducties
Is oprichter Buurtatelier Zwaerdecroonstraat
Werkt voor Cretopia-Rotterdam
Werkt voor Wow-Rotterdam
Werkt voor M.I.E.P West-Kruiskade (marketing, imago, events, pr)
Werkt voor Rotterdam Street Art Museum
PietHein

Met dank aan Evan van de Most. Dig It Up.

Sound of Parbo, dig it up

Mephisto

Aankondiging Mephisto

Als we omkijken? En gaan graven. Wat vinden we dan? Dat er in de jaren 30 al aardig wat Surinamers naar (jazzstad) Rotterdam komen. En zich hier, in tijden van opkomend fascisme en werkloosheid, juist dankzij de donkere huid, uitstekend redden als muzikant, tapdansende kelner of portier. Met brede pet en goudgerande jas. Want juist in donkere tijden, was Rotterdam altijd een bruisende stad! Een voorbeeld. Diep in de winter van 1928 staken twee jonge Surinamers, Arthur Parisius en Frits Blijd, als stowees, verstekelingen, op het stoomschip Cottica de koude oceaan over. Op een dubbeltje en een zak stoweekoekoe. Surinaamse koeken, waar je zo lekker lang op kan teren. Eenmaal veilig aangekomen blijft Frits in Amsterdam, en vind Arthur een baantje bij een bakker in Rotterdam. Negen jaar verder vinden we Arthur terug als explosieve tenorsaxofonist in ‘Negerpaleis Mephisto’. De legendarische jazzclub op de Oude Binnenweg waar hij onder de naam Kid Dynamite het Rotterdamse publiek letterlijk de dansvloer op blaast! Leert dansen. De eerste maand als swingende ‘Amerikaansche Saxofonist’… bij de Negro-Showband from New York van Teddy Cotton… het alter ego van de Surinaamse trompettist Theodorus Kantoor. De maand erop horen we Kid als Señor Dynamite, bij het Cubaanse orkest van José Baretto, dat weer het alias is van de Surinamer Max Woiski. Beide orkesten treden op in de enorm grote muil (het podium) van een zeven meter hoge bordkartonnen duivel: Mephisto. Naast een batterij Surinaamse kelners horen we buiten op de Binnenweg luid en duidelijk de stem van Kid’s ouwe medeverstekeling, Frits Blijd, als portier en propper van Mephisto: ‘Komt dat zien! Komt dat zien! Teddy Cotton en Kid Dynamite! De sensatie van New Yorks negerwijk Harlem… In Rotterdam!!!’

Dus… op het moment dat witte jongeren voor het eerst vol bewondering opkijken naar zwarte Amerikaanse jazzmuzikanten, blijken dat ongelofelijk genoeg vaak Nederlanders met een donkere huidskleur! Een bewondering die des te groter werd als je zelf speelde: Rotterdammer Hans Sleutelaar omschreef Kid Dynamite later als, ‘een dikke, goedlachse man. Je kon ábsoluut horen dat hij geen blanke saxofonist was. Swing hè! Toon! Daarin onderscheidt een muzikant van de eredivisie zich van een eersteklasser.’

The Sound of Parbo

PietHein

PietHein

Sociale Akademie/Kultureel werker
Toneelacademie Maastricht
Schrijvervakschool 't Colofon
Toneelschrijven, columns
Werkte als acteur en danser in films en theater
Werkte als regisseur aan theaterproducties
Is oprichter Buurtatelier Zwaerdecroonstraat
Werkt voor Cretopia-Rotterdam
Werkt voor Wow-Rotterdam
Werkt voor M.I.E.P West-Kruiskade (marketing, imago, events, pr)
Werkt voor Rotterdam Street Art Museum
PietHein

Met dank aan Evan van der Most/Dig It Up

The Sound of Parbo

In de jaren 70 nestelde zich een deel van de meer dan 400 jaar oude Afro-Surinaamse gemeenschap op de Rotterdamse West-Kruiskade. Haarfijn voelde zij als eerste de nieuwe wind van reggae en hiphop. The winds of change. Tegendraads kroeshaar en nieuwe podia als Kwakoe en Nighttown veranderden de Kruiskade in de muzikaalste straat van Nederland.

door André Hart

LP hoes Star Lord met handtekening Roel

Rotterdam is niet alleen een bruisende stad, maar ook een muzikaal schateiland. Je hoeft hier alleen maar te graven – Just dig it up. Mijn eerste reggaeplaten bijvoorbeeld, scoorde ik begin jaren 80 achter het Centraal Station, ins het piepkleine hoekpand van Hans Tweedehands. Ze waren nog goedkoop, hadden duidelijk geleefd, en op een aantal was de naam Roël gekrast. Een Surinaamse voornaam. Honderden reggae-elpees verder kwam ik tot de conclusie dat zeker 90% uit Surinaamse handen komt. En dat die handen graag met viltstift op hoezen kliederen. Misschien wel het begin van de graffiti.

Mau Fabri

Mau Fabri

Al iets meer over reggae op de Kruiskade kom ik te weten van Mau Fabri. Een Surinamer die in mijn geboortejaar 1958, samen met een vriend als verstekeling naar Rotterdam kwam. Toen beiden op de Nieuwe Waterweg van boord sprongen, kon Mau ter hoogte van Maassluis opgevist worden. De vriend verdronk. Na vele avonturen werd Mau sociaal werker bij het West-Kruiskade Project. In 1976 schreef hij het eerste boze zwarte boekje van Rotterdam, over heroïne & racisme op de Kade. In ‘Het witte monster’ lees ik dat… ‘De reggae spot met de blanke onderdrukker en vertelt van de mooie zwarte huidskleur. Elke Surinaamse jongen heeft wel een plaat van Bob Marley in huis. Muziek die meehelpt een eigen geloof en zelfrespect op te bouwen. Vooral nu de heroïne ons bedreigt is zo’n geloof een krachtig wapen.

Parbo

Single uitgebracht op Midnite Records

Sommige Surinamers hadden duidelijk een muzikale voorsprong. Mijn rommelmarktvriend Roy bijvoorbeeld, hoorde in het Paramaribo van eind jaren 60 al die snelle beat, van wat liefhebbers later early reggae noemden. De enige platenzaak van Parbo importeerde namelijk rechtstreeks vanuit het nabije schateiland Jamaica. Roy laat zich er niet op voorstaan, maar toen hij in 1970 gewapend met muzikale voorkennis naar Rotterdam kwam, runde hij allerlei platenzaken, organiseerde eerste concerten, en bracht vanaf 1978 met zijn Midnite Records-label (de naam is een ode aan een muzikale snackbar in Parbo), een serie state of the art reggaeplaten uit. Big Youth, Jah Woosh, Creation Rebel, maar ook een Kroeskadeband als Easy.

Roy was overigens niet de enige Surinamer die een gat in de markt zag. Rond 1978 was het aantal platenzaken meer dan verdubbeld en als een virus over de vooroorlogse wijken verspreid. Deze vaak duistere en kortdraaiende zaakjes (zoals de naar een zwarte pulpfilm vernoemde ‘Mack Record Shop’), verkochten soulsingels, reggae, soca, kaseko of Bollywood soundtracks. Klassiek analoog zwart goud, dat vijf jaar later, met de opkomst van de tweedehands platenwinkel, vooral op de blanke Binnenweg te scoren viel. ‘Surinamers hebben geen bewaarcultuur’, zegt Roy daarover. Surinamers kijken niet om. Zoals Peter Tosh zong: ‘You got to walk and don’t look back!

(Volgende keer deel 2)

Interview Diana van Wijk

Robin Hendriks

Robin Hendriks

Founder at R / H
Robin Hendriks (1994) is in 2016 afgestudeerd aan de Willem de Kooning. Ze werkt als freelance schrijver, ontwerper, maker en is daarnaast elke zondag te vinden in het dierenasiel. Haar werk gaat bijna altijd over de mens en perceptie. Voor WOW schrijft ze over kunst en de mens.
Robin Hendriks

Latest posts by Robin Hendriks (see all)

Vanachter een kop thee kijkt ze me aan. Voor me zit Diana van Wijk, kunstenares maar bovenal moeder van twee en een lieve vrouw. Als ik haar vraag naar haar opleiding wordt al gauw duidelijk dat het niet altijd gaat zoals je wil dat het gaat. Ze heeft de vooropleiding conservatorium gedaan en was aangenomen toen ze toch de beslissing maakte om pedagogische hulpverlening te gaan studeren. Dit vanuit een verstandig gevoel met oog op de toekomst. Zonde. Ze heeft na haar opleiding wel met veel plezier gewerkt met kinderen en even leek het een prima toekomst. Na de geboorte van haar tweede kind ging het eigenlijk allemaal niet zo lekker meer. Het is voor haar moeilijk om te vertellen ondanks dat het een groot onderdeel van haar leven is dat er ook gewoon mag zijn. Ik laat haar vrij in wat ze wilt delen en wat niet. Voor mij zit toch een sterke vrouw die openhartig verder praat.

R: Kan je je nog het moment herinneren dat je voor het eerst echt bewust kunst bent gaan maken?

D: Er was een moment in mijn leven dat alles liep, dat ik alle ballen in de lucht hield. Kort daarna kreeg ik problemen met werk door de crisis en reorganisatie. Mede daardoor zat ik niet lekker in mijn vel en kwamen alle ballen die ik omhoog hield langzaam maar zeker op de grond te liggen. Vanuit huis was ze opzoek naar iets om weer op te pakken zonder te zingen. Met een jonge baby was zingen niet de meest handige optie. Een goeie vriendin nodigde haar uit om een dagje samen te gaan schilderen. Dit werkte zo bevrijdend dat het tot op de dag van vandaag eigenlijk niet meer is opgehouden.

Op een gegeven moment stond mijn huis vol met schilderijen. Ik maak kleurrijke acryl schilderijen die echt wel een paar dagen moeten drogen en mijn kinderen zaten toch wel vaak met hun vingers aan het schilderij om te kijken of het al droog was. Dus dat was niet zo ideaal. Gelukkig kreeg ik redelijk snel een eigen plek, en ik ben nog steeds super blij met mijn atelier.

R: Is er een verhaal of boodschap dat je met je werk wilt vertellen? 

D: In de tijd dat ik eigenlijk geen kleur meer had kreeg ik het via mijn schilderijen terug. Dat was iets wat weer zin gaf en weer een reden om op te staan. Ook ging ik met mijn kinderen schilderen en ik vond zo weer een kanaal om met hun te communiceren. Langzamerhand heeft het me heel veel gegeven. En dat probeer ik terug te geven door mijn schilderijen. Hoop, er is altijd licht en kleur. Als je het in jezelf niet hebt kun je het ook nog buiten jezelf vinden op een goeie manier. Het is mijn vrijheid. Vrij van perfectionisme. In het dagelijks leven ben ik vrij perfectionistisch maar tijdens het schilderen is alles welkom. Elke spetter, het hoort erbij. Het is vrij werken en los van zorgen. Het gebeurd gewoon.

R: Kun je mij vertellen hoe jou dagelijkse dag eruit ziet?

D: Werken zit er momenteel niet in maar ik ben op verschillende kanalen wel bezig met dingen die ik leuk vind. Zo heb ik bijvoorbeeld samen met een vriendin Aagje opgericht, creatieve projecten die zorgen dat je in je eigen buurt meer activiteiten krijgt en zo meer saamhorigheid creëert. Dat heb ik zelf namelijk enorm gemist. Dat is naar mijn idee de basis, je medemens zién en een beetje letten op elkaar. Daarin heb ik nu verschillende projecten in samenwerking met de gemeente. Dus dat loopt nu wel eigenlijk.

Daarnaast zit ik bij kunstenaarscollectief Karmijn. Ik probeer zoveel mogelijk zonder druk te doen. Daar gedij ik het beste want ik leg mezelf al zoveel druk op. De laatste tijd heb ik ontzettend veel over mezelf geleerd en wat ik heel prettig vind is dat ik doormiddel van schilderen een nare periode ook heel positief kan afsluiten. Daarom vond ik het ook zo leuk dat deze expositie op mijn pad kwam. Iets nieuws, kijken wat er gebeurd en nieuwe mensen te ontmoeten. Zonder oordeel, gewoon kijken. Ik vind het een heel goed initiatief. En ik was al heel lang niet op de west-kruiskade geweest haha.

R: Waar ben je nu vooral mee bezig? 

D: Als je mentaal niet goed in elkaar zit is het best wel moeilijk, er is vaak een hoop schaamte en je kan moeilijk uitleggen wat er nu precies in je hoofd omgaat. En daar ben ik heel erg mee bezig. Met het laten zien van wat er in mijn hoofd  gebeurd. Dat is moeilijk om vorm te geven omdat je niet precies weet hoe. Ik ben heel erg aan het zoeken qua materiaal. Hoe ziet bijvoorbeeld paniek eruit, hoe ziet angst eruit. Dat je die gevoelens in een beeld kan vangen en dat iemand ook echt dat gevoel ziet. Het gaat eigenlijk om een belevenis en emoties. Hoe zwart kan je het hebben, normaal was ik alleen maar met kleur bezig maar nu toch ook met zwart. Echt zwart. Maar wel met een mengeling van kleur of een lichtpunt vinden. Een vorm van hoop erin. Mijn schilderijen hebben dus wel een diepere laag dan wat je op het eerste oog ziet. Ik ben vanuit het kleurrijke naar wat meer zwart gegaan. Ik durf het nu ook toe te laten, het is een balans vinden tussen gehele vrolijkheid en de wat meer duistere kanten. Die mogen er ook zijn.

R: Als je nu je eigen ideale toekomst kan samenstellen, hoe zou die er dan uit zien?

D: Ik zou heel erg graag galerie willen met kunst echt van de kunstenaarsbron. Een plek als een groot atelier waar je zelf kan werken maar waar ook ruimte is voor iedereen om samen te creëren. En waar het toch wel commercieel kan worden aangepakt. Want dat mis ik ook een beetje, de commerciële kant, anderen blij maken en het betaalbaar houden. Maar niet meteen zo’n standaard galerie. Als ik echt vanuit mezelf kijk zou ik graag een mooie plek creëren waar je inspiratie op kan doen, waar het altijd lekker weer is. En dan hoef ik niet per se te kunnen leven van mijn schilderijen maar ik wil wel graag creatief bezig zijn. In een galerie, muziek of iets anders.. ook verder gaan met kunst dan alleen het schilderen. Ik ga binnenkort ook op les omdat ik geen achtergrond heb in schilderen. Ik heb wel kunstgeschiedenis en muziekgeschiedenis gehad, maar voornamelijk de moderne kunst trekt mij aan. Van daar uit ga ik wel weer verder kijken.

R: Hoe is het voor jou werken als je geen achtergrond in kunst hebt, maar dat duidelijk wel zoekt gezien je recente opleiding?

D: Het is wel heel fijn dat ik geen materiaal hoef te kiezen. Ik zit niet vast aan de dingen die je binnen een opleiding leert. Ik kan met alles werken wat ik wil want er zijn geen beperkingen. Er is geen perfectie, je weet het niet. Dat is wel een verschil met hoe ik vroeger in elkaar zat. Dan moest ik eerst alles weten en dan pas kon ik het aanpakken. En nu heb ik zoiets als ik een materiaal pak  ga ik gewoon kijken wat er gebeurd. Echt op basis van die nieuwsgierigheid. Het zelf ondervinden vind ik het mooie, als ik iets heb gemaakt en het valt na een maand uit elkaar.. Ja dat kan ook gebeuren. Maar dan wéét ik dat.

R: Is er een project of werk wat voor jou een grote waarde heeft ?

D: Het is niet mijn eerste werk maar een schilderij dat ik op een van mijn donkerste dagen heb gemaakt. Mijn man moest me die dag ook echt naar mijn atelier sturen. Uiteindelijk heb ik twee schilderijen gemaakt waarvan 1 mijn lievelingsschilderij is. Die is ook niet te koop. Hij heet ‘Big Magic’, grote magie wat er die dag toch is gebeurd.

Toen ik haar de laatste vraag stelde kwam het antwoord al vrij snel zonder erover na te denken. ‘Waar ben jij het meest dankbaar voor?’ Een antwoord wat niks kan overtreffen; haar man en kinderen. Ze hebben haar gesteund en zijn positief gebleven. Ze hoopt ooit een vorm te kunnen geven aan haar dankbaarheid. Dankbaar dat ze haar hart heeft kunnen volgen.

Voor meer informatie over Karmijn, kijk op: www.karmijnkunst.nl

Het verhaal achter de mooie woorden van Nicolaas Klei

Maud

Maud

Importeur/winkelier/marktvrouw/zorg at Blije Wijnen
Mijn naam is Maud en ik ben de trotse eigenaresse van Blije Wijnen. Ik importeer natuurwijnen uit voornamelijk Frankrijk. Daarnaast ben ik sinds vorig jaar marktkoopvrouw op de Rotterdamse Oogstmarkt. Ook ben ik werkzaam in de zorg. Ik ben 44 jaar en woon al meer dan de helft van mijn leven in deze mooie stad. Ik woon samen met mijn kersverse man, mijn tweelingdochters van 13 en 2 ietwat onaangepaste teckels.
Maud

Nicolaas Klei schrijft over wijn. Of vertelt over wijn zoals 22 mei jl in Café Rotterdam. Hij gaf hier een lezing over de ‘Bende zonder Zwavel’. Pioniers op het gebied van natuurwijnen in de jaren 80 in Frankrijk. Met in de hoofdrol Marcel Lapierre. Tijdens de lezing dronken we samen met hem een glas Morgon.

Na de lezing ging ik naar voren om een praatje te maken met meneer Klei. Toevallig heb ik een jaar of wat geleden de dochters ontmoet van Marcel Lapierre en heb ik gelukkig ook zijn wijn nog geproefd. Een mooie opening van het gesprek. Van het één kwam al snel het ander en voor ik het wist stelde ik voor wat wijnen op te sturen. De flessen gingen op de post met een kaartje eraan met daarop de tekst dat ik hoopte dat hij ook eens een lekkere slok nam tijdens het proeven.

De dagen gingen voorbij en ik vroeg me af wat ik gedaan had. Iemand die pallets wijn voor de deur bezorgd krijgt (omfietswijngids), jarenlang bezig is met wijn, proeven, praten en schrijven over wijn  een doosje met een stuk of 9 flessen opsturen. Wat wil ik ermee bereiken? Is dat niet veel te weinig… Slaat het wel ergens op. Na een paar dagen kreeg ik een positief bericht. Fijn! Dat iemand die duizenden flessen wijn proeft ‘mijn’ wijnen kan waarderen. En dan vooral de wijnen van onze vriend Wim. Hij had mijn raad ter harte genomen en af en toe een slok genomen.

Met Wim ben ik in juni jl naar Amsterdam gegaan. Olie proeven èn wijn drinken met Nicolaas Klei. Een goede reden om de oversteek te maken vonden wij. We hebben bij Glouglou wat gedronken en gepraat over wijn, het leven en nog wat meer over wijn. Meneer Klei gaf aan wat te gaan schrijven over de natuurwijnen. Nu schrijft hij wel vaker over natuurwijnen. Maar nu over ‘mijn’ natuurwijnen!

En vandaag is het zover. Echt zo super leuk. Een stuk in Elsevier JUIST van Nicolaas Klei, een vooraanstaand wijncriticus. Die al jaren een populaire wijnrubriek heeft in Elsevier en het AD. En nu wordt Blije Wijnen genoemd in Elsevier als verkooppunt van die goddelijke wijn van Le Bouc a Trois Pattes! Zijn woorden zijn:

‘Wijn waar  je godzalig gelukkig van wordt. Ze zijn woest en wild. Vriendelijk, mild spottend en stronteigenwijs als Wim zelf, en toveren een verzaligde grijns van oor tot oor op je gelaat en in je gemoed’.

Hoe mooi is dat! Het leven heeft leuke verrassingen in petto soms. Nieuwsgierig geworden naar de wijnen van Wim en andere natuurwijnen? Kom langs!

En Wim’s reactie? ‘Tssss stronteigenwijs, wat is deze?’

 

Pushing Your Sketching Boundaries

PietHein

PietHein

Sociale Akademie/Kultureel werker
Toneelacademie Maastricht
Schrijvervakschool 't Colofon
Toneelschrijven, columns
Werkte als acteur en danser in films en theater
Werkte als regisseur aan theaterproducties
Is oprichter Buurtatelier Zwaerdecroonstraat
Werkt voor Cretopia-Rotterdam
Werkt voor Wow-Rotterdam
Werkt voor M.I.E.P West-Kruiskade (marketing, imago, events, pr)
Werkt voor Rotterdam Street Art Museum
PietHein

Pushing Your Sketching Boundaries – Urban (E)escapes

uban sketching

(door Marjolein van Braam Morris)

Van 23 tot en met 27 augustus vindt in Rotterdam ‘Pushing Your Sketching Boundaries – Urban (E)escapes’ plaats. Het betreft hier een internationale urban sketching workshop. De thuisbasis is dit keer het  Museum van de Wijk (Toko51), gevestigd op West-Kruiskade 51.

Dertig Nederlandse én buitenlandse tekenaars gaan onder leiding van drie instructeurs – Isabel Carmona, Miguel Herranz en Inma Serrano – experimenteren met verschillend technieken en tekenvormen. Dat doen ze niet binnen maar in de straten van Het Oude Westen/Rotterdam.

Lekker buiten

Wat is dat dan?

Urban sketching? Wat is dat dan? Eigenlijk is het simpel: (buiten) tekenen wat je om je heen ziet. Op vakantie, tijdens een stedentrip of gewoon in de natuur. Urban sketching is een beweging van mensen die overal ter wereld in steden, woonplaatsen of op reis tekenen. De tekeningen zijn een soort verslag of momentopname van dat wat ze zien en meemaken.

Urban Sketchers is ook een netwerk, met een jaarlijkse conferentie, en die regelmatig workshops organiseert. Zo was er vorig jaar een meerdaagse workshop in Málaga (Spanje) waar de groep werd onthaald in het geboortehuis van Pablo Picasso – nu een museum.

Eerdere edititie in Spanje

In het Museum van de Wijk zullen deze dagen, vanaf 13 tot 17 uur, de foto’s van de schetsboeken te zien zijn. Woensdag t/m zaterdag van 13-17

Kom vanaf donderdag elke dag even kijken naar de tekeningen. Vanaf 13 uur
Deze workshop in het Museum van de Wijk was binnen de kortste keren uitverkocht!
Een leuk artikel in de Metro dat onlangs verscheen, over urban sketching: https://www.metronieuws.nl/nieuws/binnenland/2017/07/urban-sketching-weg-met-die-smartphone
Een blog over het Museum van de Wijk. Meer info elders op deze website: https://wow-rotterdam.nl/2017/07/16/opening-museum-wijk/

Interview Margo Ramp

Robin Hendriks

Robin Hendriks

Founder at R / H
Robin Hendriks (1994) is in 2016 afgestudeerd aan de Willem de Kooning. Ze werkt als freelance schrijver, ontwerper, maker en is daarnaast elke zondag te vinden in het dierenasiel. Haar werk gaat bijna altijd over de mens en perceptie. Voor WOW schrijft ze over kunst en de mens.
Robin Hendriks

Latest posts by Robin Hendriks (see all)

Het is een zonnige ochtend op de west kruiskade. Ik heb een afspraak met Margo Ramp, een van de kunstenaars binnen Museum van de Wijk. We komen tegelijk aan en met de fiets in de hand begint het gesprek al goed. We besluiten op een terrasje te gaan zitten met een cappuccino.

Margo Ramp heeft de creativiteit van haar moeders kant meegekregen. Zelf heeft ze ook een dochter waar ze heel trots op is. Toch leidt Margo een dubbel leven, ze is namelijk verpleegkundige al heel lang. Totaal wat anders. Als ik haar vraag of dat een goeie combinatie is geeft ze toe dat ze het liefst alleen maar met kunst bezig zou zijn. Maar er moet ook geld verdient worden.

R: Hoe ziet een gewone dag van jou dan uit zo met beide banen?
M: Ik ben zzp’er dus dat hangt er eigenlijk een beetje van af. Ik werk in Rotterdam, 4 dagen gebroken diensten maar de kunst zit altijd in mijn hoofd. Waar ik ook ben en waar ik ook kom. Veel praten en veel kijken, ik heb altijd een boekje bij me en ik maak veel foto’s. Eigenlijk is mijn hele dag overspoeld met kunst maar ik moet werken om geld te verdienen. Het is niet dat ik het vreselijk vindt maar eigenlijk wil ik het liefst alleen maar met kunst bezig zijn. Gewoon creatieve dingen doen.

R: In jou kunstwerken lijkt altijd wel een verhaal te zitten, je doet iets niet zomaar. Wat is het verhaal achter de kunstwerken die je nu tentoon hebt gesteld?
M: Ik ben ongeveer 1,5 jaar geleden begonnen met uurwerk. Niet zozeer dé tijd maar wel een uurwerk. Ik kijk vaak om me heen en dan zie ik heel vaak klokken die ik helemaal niet zo mooi vindt. En toen dacht ik, als je toch wilt weten hoe laat het is is het dan niet leuker om het uurwerk in een kunstwerk te plaatsen. Dat is eigenlijk de rode lijn geworden, daarin werk ik graag met natuurlijke materialen. Zo heb ik een klok gemaakt van een oude boomstam. Na mijn expositie ‘met de tijd mee’ is het eigenlijk alleen maar uitgebreid. Uurwerk in kunstwerken.

Het kunstwerk wat nu in Museum van de wijk staat met die grote bol, is de tijd. Mensen denken vaak na over dingen die ze anders hadden kunnen doen of beter. De persoon op de bol hangt ondersteboven bijna in het gat. Die kijkt naar de tijd die geweest is en hoe die het eventueel anders had kunnen doen. Mensen zijn dan ook geneigd om erin te kijken  en dan zien ze een spiegel. Zodat je jezelf kan spiegelen, je komt jezelf tegen in de tijd. Dat is het verhaal achter de bol.

Naast de tijd is vrijheid ook een groot thema. Vrij zijn en vrij voelen, toen is het dansen gekomen.  Het beeld van een man, vrouw en kind die aan het dansen zijn op een S, het wapen van Laren. Daaronder staan rode schoenen. Je kan heel je leven gebonden zijn aan je werk, relatie, vrienden maar als je gaat dansen voel je je vrij. Dan komt het kind in je naar boven, dan schop je je schoenen uit en ga je op je blote voeten staan dansen.

R: Hoe is het proces verlopen toen je aan het werk was aan deze twee kunstwerken?
M: Het beeld op zich is gemaakt van stof met textiel verharder en de bal is van papier maché. Het was heel leuk om aan te werken omdat je het echt zag groeien. Laagje voor laagje ben ik er wel een maand mee bezig geweest. Dat vind ik het mooie van kunst, het scheppen. Je weet nooit precies hoe het gaat worden, van het een komt het ander.

R: Achter jou werken zit vaak een verhaal, toch lees je eigenlijk nooit de verhalen bij de kunstwerken in een museum. Wat is voor jou dan de ideale manier om naar kunst te kijken?
M: Voor mij is het voornamelijk je hoofd leegmaken, je open stellen voor wat je gaat zien en rust vinden. Als het heel druk is kan ik mij ook niet concentreren. Ik kijk vaak eerst wat ik er zelf in zie en als er een kaartje bij hangt dan kijk ik wel even of het klopt. En als het niet klopt ga je er toch weer anders naar kijken. Maar in eerste instantie is het gewoon zelf in alle rust kijken. En stiekem kijk ik ook naar de gebruikte technieken om te kijken of ik daar ook mee kan werken. Niet het namaken maar puur de techniek. Ik heb zelf geen kunstacademie gevolgd dus alles kijk ik af bij anderen en experimenteer ermee. Zo wou ik eens exposeren bij een galerie maar dat mocht niet omdat ik geen kunstacademie had gedaan. Maar voor mij geeft het ook een vrijheid, ik weet niks van een bepaald materiaal dus ik doe er gewoon wat mee. Zo kom je het best achter hoe een materiaal werkt en wat er mogelijk is. Alles heeft zo z’n voor en nadelen.

R: En als je nu maar 1 materiaal mag kiezen waar je alleen nog maar mee mag werken, wat zou dat dan zijn?
M: Nee dat zou ik echt niet kunnen, het zou zo belemmerd werken voor mij. Ik zou het er heel benauwd van krijgen. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met textiel verharder maar dan kan over een tijdje weer heel iets anders zijn. Ik zou mezelf te veel beperken met maar 1 materiaal, ik ben steeds in ontwikkeling gelukkig. Dat is ook mijn visie, kijk om je heen en blijf onderzoeken.

R: En zo heb je ongetwijfeld al een hele hoop geleerd, maar als je nu op dit moment 1 ding moet kiezen wat je heel erg graag wilt leren wat zou dit dan zijn?
M: Ik zou heel graag willen beeldhouwen, dat lijkt me fantastisch. Maar ik zou ook graag meer willen doen met filmen. Daar ben ik nu al een klein beetje mee bezig en dan vooral editten.  Ik heb ook veel gewerkt met photoshop maar ik ben nu meer toe aan beweging. Dat het meer leeft. Daarom ben ik ook veel bezig met 3D werk, daar kan je omheen lopen en van elke hoek zie je weer wat anders.

R: Kan je nog het moment herinneren dat je voor het eerst echt bewust kunst hebt gemaakt?
M: Ik ben altijd al wel geïnteresseerd geweest in kunst maar ik ben 3 jaar geleden begonnen met schilderen en dan leer je ook naar details kijken. Dan ga je steeds verder kijken, ook naar kunstwerken, je krijgt er meer oog voor. Dus dat is eigenlijk het moment geweest. Maar ik ben er wel altijd al mee bezig geweest, mijn oude buurman was meubelmaker en ik bedacht dan meubels en maakte die samen met hem. Zo hebben we tafels en lampen gemaakt maar ook sieraden, eerst van koper en toen van zilver. Doordat ik zoveel uitprobeer kan ik het ook met elkaar combineren. Zo is het natuurlijk met alles eigenlijk, het hele leven. Je doet ervaring op wat je in andere situaties weer kan toepassen.

R: En mocht je nou je ideale toekomst kunnen vormgeven, hoe zou die er dan uit zien?
M: Ik zou graag vanuit huis werken om te ontwerpen maar wel het liefst via opdracht. Dus eigenlijk wil ik heel veel opdrachten krijgen zodat ik financieel onafhankelijk ben en alleen maar bezig kan zijn met kunst maken. Misschien dat ik ooit workshops ga geven maar dat weet ik nog niet.

R: Maar als je opdrachten krijgt ben je niet helemaal vrij om je eigen autonome werk te maken..
M: Dat klopt en dat is ook wel het nadeel. Ik zou dan naast mijn opdrachten ook wel blijven werken aan autonoom werk. Maar als ik mag fantaseren dan zijn opdrachten waarin algehele vrijheid zit toch wel de droom. Maar ja dat komt bijna nooit voor haha.

Om het gesprek af te sluiten stel ik nog 1 laatste vraag. Waar ben je het meest dankbaar voor? Het antwoord is snel en krachtig: haar dochter. Daar kan geen kunstwerk tegen op.

Aankomende woensdag is de expositie Met de tijd mee te bezichtigen aan de Westkruiskade 51,  zie hier voor meer informatie: Expo Met de  Tijd mee.

Top